Vanochtend in Trouw: een kort interview met Godelieve van Heteren, Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, onder de kop "Van Heteren: Denkers horen ook in de Kamer". Voordat ze in 2003 lid werd van de Tweede Kamer, werkte ze als universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze ambieert een tweede termijn als kamerlid. Maar of ze op de lijst zal komen? De teneur van het artikel is toch dat Wouter Bos er niet van houdt om al te kritische denkers binnen zijn fractie te hebben. Van Heteren: "...Wouter ziet me niet zo zitten. Hij vindt dat ik een denktank op moet richten, of directeur van de Balie worden." De aanvankelijke openheid die heerste onder Bos, lijkt nu verdwenen: "Hij haalde de kritiek binnen in de PvdA. Dat was goed. Maar nu is het kritische elan eruit. Iedereen is weer vooral bezig met posities." Hier klinkt toch enige teleurstelling door... Is het een klassiek geval van de botsing tussen de vita activa en de vita contemplativa? De onverenigbaarheid van een meer beschouwende instelling met het vak van politicus? Of gaat het hier "gewoon" om machtspolitiek? Een politiek leider die liefst zoveel mogelijk ja-knikkers om zich heen verzamelt?
Persoonlijke noot: toen ik een jaar geleden zelf twijfelde tussen politiek en wetenschap, heb ik daarover met Godelieve van Heteren gepraat. Zij raadde me ten stelligste af om vóór mijn veertigste de politiek in te gaan. Ik zou eerst "de echte wereld" moeten verkennen. Inmiddels werk ik al bijna een jaar in de wetenschap, maar heb nou niet het gevoel dat die onderdeel uitmaakt van "de echte wereld". Maar misschien bestaat "de echte wereld" ook helemaal niet. Althans niet echt.
Overigens is het me opgevallen dat Wouter Bos zich zelden positief uitlaat over wetenschappers, denkers, intellectuelen. Terwijl hij zelf cum laude is afgestudeerd in twee wetenschappen (economie en politicologie) en voorbestemd leek voor een wetenschappelijke carrière. Maar in zijn boek Dit land kan zoveel beter schrijft hij: "Ik vond de universiteit niet inspirerend. Het gonsde op de gangen niet echt van ambitie. Er liepen te veel mensen rond die volgens mij nauwelijks iets presteerden." (p. 27). Tijdens een lezing die Bos onlangs hield aan de Leidse universiteit in het kader van de promotie van zijn boek liet hij zich ontvallen dat academici zichzelf niet zo belangrijk moesten vinden. (Reden voor of gevolg van het door de PvdA voorgestelde nieuwe studiefinancieringsstelsel...?)
Ik begin toch te vermoeden dat denkers Wouter Bos confronteren met zijn eigen, niet verwezenlijkte wetenschappelijke talent. Het lijkt me van belang dat er in die fractiekamer iemand aanwezig is die Wouters andere ik weerspiegelt. Daarom, Godelieve, hoop ik dat je partij je hoog op de kandidatenlijst zal plaatsen, opdat je gekozen wordt. (En áls ik op de Partij van de Arbeid stem, stem ik op jou.)
3 comments:
Misschien is het niet zozeer dat denkers de heer Bos confronteren met onverwezenlijkte ambities, maar dat ze twijfels in hem los roepen over de standpunten die hij meent te moeten verdedigen?
"Hence, the sole object of inquiry is the settlement of opinion. We may fancy that this is not enough for us, and that we seek, not merely an opinion, but a true opinion. But put this fancy to the test, and it proves groundless; for as soon as a firm belief is reached we are entirely satisfied, whether the belief be true or false."
O ja, dankje voor je comments! je bent de eerste! Van wie is dit citaat? Laat me raden...
Ik vraag me af of je het goed zou raden. :) Het antwoord is namelijk: C.S. Peirce.
Post a Comment