Friday, December 28, 2007
En ik voel me ook niet zo lekker
Nietzsche is dood
En ik voel me ook niet zo lekker
(Woody Allen)
Ik kreeg een kussensloop met deze tekst voor ik naar Chicago vertrok. Toen kon ik nog niet weten dat ik daar een filosoof zou ontmoeten die me introduceerde in films van Woody Allen die ik niet had gezien: Hannah and her Sisters en Crimes and Misdemeanors.
Die sloop heb ik overigens niet gebruikt: te breed voor het smalle kussen. Zoals de Amerikaanse letter breder is dan de Europese A4, maar de dollar slanker dan de buikige euro. Schoonheidsbeleving is kennelijk deels afhankelijk van gewenning. Toen ik aankwam vond ik de letter te breed, de dollar te smal, toen ik terugkwam kwam de A4 mij te smal voor en de euro te breed.
In de eerste film stelt karakter Frederick dat we ons over Auschwitz de verkeerde vraag stellen: The reason they can never answer the question "How could it possibly happen?" is that it's the wrong question. Given what people are, the question is "Why doesn't it happen more often?" De tweede film draait om hetzelfde thema als het recentere Match Point: waarom zou je moreel handelen als je met misdaad kunt wegkomen? Plato verbeeldt het dilemma in zijn dialoog Politeia met het verhaal van de onzichtbaar makende ring van Gyges. Volgens Plato hebben we het bestaan van een goede God nodig. En zijn er bewijzen voor.
Predikant Klaas Hendrikse schreef een boek onder de titel Geloven in een God die niet bestaat. Volgens deze "atheïstische dominee" bestaat God niet. Toch gelooft hij in Hem. (Al schrijft hij Hem met een kleine letter.) Sterker nog, juist omdát Hij niet bestaat, kun je in Hem geloven. Ik denk aan Kant: Ich musste also das Wissen aufheben, um zum Glauben Platz zu bekommen. Hendrikse is een beeldenstormer, de zoveelste die het eerste gebod ernstig wil nemen. Hij pleit voor trouw aan het origineel: de goddelijke ervaring. Maar wie ontkomt aan het spreken in beelden?
Van my kind of town heb ik alleen nog beelden, hetgeen beter is dan niets. Bij terugkomst voegde mijn lichaam zich weer bedrieglijk vlot in de Nederlandse tred. Alsof drie maanden te kort waren om een automatisme van jaren te kunnen uitwissen. Niet het lichaam, maar de geest is zwak. Mijn lijf gaat door, mijn geest blijft achter. En voelt zich niet zo lekker.
Tuesday, December 25, 2007
Na Chicago
Steeds opnieuw laat mijn herinnering mij mijn beelden zien van een hoog en wijds Chicago. De strakke esthetica van het stratenplan waaraan ik kennelijk zo ben gewend geraakt. De University of Chicago: intensieve intellectuele uitwisseling door de aanwezigheid van zoveel professoren en zoveel graduate students. Het International House: een sociale snelkookpan voor vele knappe, ambitieuze en belangstellende jonge mensen van over de hele wereld.
Wanneer zie ik haar, die Chicago met mij verbindt?
Monday, December 17, 2007
Uit Chicago
In Chicago
Zondag in Wicker Park begint met brunch uit en ieder een deel van de New York Times. Koffie, een mij onbekend soort pastry als zoethoudertje voor het lange wachten, en eindelijk scrambled eggs met potatoes en toast. Geloof me, kwaliteit. Na een toevallig en een gepland afscheid vertrek ik per taxi naar het vliegveld. Precies één dollar te weinig - de chauffeur vindt dat precies genoeg. Op naar de gate.
Friday, December 14, 2007
Lussen
Gisteren kwam ik per Amtrak-trein in St. Louis aan, de hoofdstad van de staat Missouri. Het station is niet meer dan een schuur naast het spoor: een perron heb ik niet gezien. De reis was comfortabel - gratis krant, gratis drankje, veel beenruimte: business class. Mijn Chicago Tribune vermeldt dat de recente renteverlaging met een kwart procent volgens analisten ontoereikend is en dat opinion polls laten zien dat de Amerikaanse kiezer zich langzamerhand meer zorgen maakt over de economie dan over de oorlog in Irak. Misschien haalt Hillary de slogan van stal halen waarmee de eerste Clinton de eerste Bush versloeg: It's the economy, stupid!
Thursday, December 06, 2007
Sneeuw in Chicago
Foster Hall, waar de Committee on Social Thought gehuisvest is.
Wednesday, December 05, 2007
Leningrad
Overdag bezocht ik voor het laatst Evanston. Van 10:45 a.m. (vertrek uit Hyde Park) tot 4 p.m. (terug in downtown) was ik daarmee zoet. Hij had me opnieuw uitgenodigd voor een lunch. Het Franse restaurant bleek gesloten. In plaats daarvan kozen we het Italiaanse. We deelden een pizza en een salade en dronken ieder een glas rode wijn. Ik vertelde over mijn paperpresentatie en informeerde naar de zijne. Even belangstellend als de eerste keer informeerde hij ditmaal naar mijn inschatting van de politieke situatie in Nederland. Een maand geleden heeft Ian Buruma aan Northwestern University een publiekslezing gegeven naar aanleiding van zijn boek Murder in Amsterdam, of, vertaal ik vanuit het Nederlands, Death of a Healthy Smoker. Bij vertrek beloof ik hem op de hoogte te zullen houden van de voortgang van mijn proefschrift. We houden contact.
Op de heenweg had ik mijn prepaid T-mobile van verse minuten willen voorzien, maar op de glazen deur van de T-mobile-vestiging aan State Street hangt een papier met het bericht dat het computersysteem plat ligt. Net nu. Op de terugweg besluit ik naar een andere vestiging te gaan, maar ook daar geen functionerend netwerk. De verkoper is kennelijk toch in staat om de levensduur van mijn Amerikaanse mobieltje met 130 belminuten te verlengen. Eenmaal terug in het I-House vind ik in mijn postvakje op de Groene van deze week een enveloppe met de twee kaartjes. Just in time. Het is 5 p.m. Het concert begint om 7:30 p.m.
She will. De sneeuw maakt alles wit. De bus rijdt langzamer dan gewoonlijk, maar we zijn mooi op tijd. Eerst Ravel, pianoconcert in g-majeur. Een sprookjesachtig stuk dat ik niet ken, maar dat perfect wordt uitgevoerd. Ze is onder de indruk van de techniek van de pianist. Het tweede deel wil ik vaker horen. Dan Sjostakovitsj, de Leningrad-symfonie. Het Chicago Symphony Orchestra op zijn best. Het allegretto roerend. Het slot door merg en been. Het duurt voordat het daverend applaus tot ons doordringt.
Monday, December 03, 2007
Viola
Wie van de vier is jouw friend? Vraagt de oudere dame naast mij. Zij, met de altviool. I've always liked the viola much better than the violin, antwoordt ze. Meer en rijkere klanken. Misschien heeft de dame gelijk. Rechts tussen twee violen en een cello. Eerst Brahms op. 57, no. 2 in a-mineur, dan Mendelssohn op. 80 in f-mineur. Het laatste stuk mooier, vastberadener.
We zien elkaar niet meer.
Friday, November 30, 2007
Schrijven en lezen
People were in love with the cities that they were forced to leave. How can you return to a lost city? If it's lost it's lost.
Hij schreef er een essay over, genaamd 'Two Cities'. In een ander essay, genaamd 'Conversation between a poet and a philosopher', komt de aloude quarrel between poetry and philosophy aan bod. Zagajewski studeerde filosofie in Krakou, bij de fenomenoloog Roman Ingarden, maar besloot dat hij geen hoogleraar filosofie wilde worden, maar dichter. Niettemin beschouwt hij zichzelf in zekere zin nog steeds als filosoof, zij het geen beroepsmatige.
You have a different language.
Hij legt uit dat zijn lezers zijn werk lezen zoals hij het zelf nooit zal kunnen lezen, zoals een ander je altijd anders ziet dan jijzelf, zelfs iedere spiegel spiegelt je anders voor, in iedere hotelkamer ben je iemand anders.
You wanted to ask a question. U lijkt uzelf te presenteren als een schrijver en niet als een lezer, althans niet van uw eigen werk. Maar mij dunkt dat u niet kunt ontkennen dat u tijdens het schrijven uw eigen werk leest. Hoe onderscheidt deze vorm van lezen zich van de vorm van lezen van uw lezers?
Tijdens het schrijven van een gedicht, wanneer het nog warm en malleable is, like iron in a fire, heb ik een warm reading. Later, wanneer het gedicht perfected is, begint een cold reading.
Especially when there is an audience, kan een gedicht weer warm worden, it gets back to almost the same temperature en komt weer tot leven.
Soms is een gedicht in drie dagen geschreven. Dat zijn de beste. Soms gaan er jaren overheen.
Meestal vergeet hij dat een Engelstalige vertaling van zijn gedichten niet origineel is. Ieder gedicht heeft een ziel, en die ziel overstijgt de taal waarin het gesteld is.
Wanneer iemand hem vraagt wat hij leest, antwoordt hij dat het gemakkelijker is om te zeggen wie hij niet leest: Kant. Toen hij jong was las hij de existentialisten: Nietzsche, Kierkegaard, Sartre, Heidegger. Hij gaf de voorkeur aan de modernen boven de ouden. Maar nu leest hij Plato.
Monday, November 26, 2007
Verkocht
Niettemin leek het publiek niet geamuseerd. Toen de voorstelling begon was de zaal voor driekwart vol - toen de voorstelling was afgelopen was de zaal nog maar voor de helft gevuld. In de twee pauzes en meteen na afloop verlieten mensen de zaal. Gelukkig bleef de enthousiaste helft over om de zangers, spelers en musici te belonen met een luid applaus, dat de te grote zaal (of beter: hall) toch niet helemaal kon vullen. Is Strauss in vergelijking met Händel niet toegankelijk genoeg? Eist het publiek meer witte paarden, witte reuzehanden en witte paraplu's? Het moest lachen om de goudgekleurde schone jongeling en zoekt en ziet entertainment waar het niet is. Het spel kon niet worden onderbroken: applaus tussendoor bleef ons ditmaal bespaard.
Ze gebruikt het woord Gesamtkunstwerk. We zijn verkocht.
Friday, November 23, 2007
Tuesday, November 20, 2007
Papers, Pumpkins, Peoria
Op weg naar huis bestel ik in het nabij gelegen Hutchinson's Commons een burger. Van Hi honey en Hi sweety had ik al gehoord, maar deze caissière begroet mij met Hi pumpkin. Hierom moeten zelfs de Amerikanen gniffelen. Alvast een Happy Thanksgiving. Dankjewel, jij ook, pompoentje.
Vanavond downtown. Een prachtig concert van de Chicago Chamber Musicians in de Merit School of Music, South Peoria. Vanaf de eerste rij luister ik naar haar, acting in concert. Arendt is overal.
Friday, November 16, 2007
Julius Caesar
Countertenor David Daniels als Giulio Cesare en sopraan Danielle de Niese (in Nederland geen onbekende) als Cleopatra. Maar hoe mooi ook, ze raakten me niet. Al kan dat komen door de mindere akoestiek uiterst links. Uitzondering was mezzo-sopraan Maite Beaumont, als zij in de rol van Sesto de aria 'Cara speme' vertolkt. Het Amerikaanse publiek smult van de slapstick en 'Walk like an Egyptian'-dansjes die hopeloos vloeken met de dramatische plot. Steeds uitbundig gelach. Werkelijk iedere aria wordt beantwoord met applaus, hetgeen ten koste gaat van de continuïteit. Na ruim vier uur worden de zangers en spelers beloond met een staande ovatie. Ik begrijp nu dat Nederland niet uniek is in deze ergerlijke gewoonte.
Ik ben haar dankbaar voor de niettemin prachtige avond, al was het maar omdat ook zij houdt van dezelfde Lieder vertolkt door dezelfde tenor. Ze bedankt me voor mijn good company. Gute Nacht. De kou in.
Wednesday, November 14, 2007
Dagen
De dagen worden steeds korter. Om half vijf is het helemaal donker. Voor extra energie zal ik vroeger moeten opstaan.
Saturday, November 10, 2007
Drawing the line
Nation shall not lift up sword against nation
Neither shall they learn war anymore
De keuze voor juist dít lied was niet toevallig. Michael Walzer was te gast, die de Fourth Annual Rabbi Hayim Goren Perelmuter Memorial Award kreeg uitgereikt in recognition of his renowned scholarship in political theory and moral philosophy. Hij hield een lezing onder de titel 'Terrorism and just war'. Volgens hem op het eerste gezicht een ongepast onderwerp voor een sabbatsviering. Niettemin: You may not be interested in war, but war is interested in you. You may not be interested in terrorism, but terrorism is interested in you.
What is wrong with terrorism? What are the problems with the war against terrorism? Het is niet de terminologie. Het is normaal om in de politiek gebruik te maken van militaire metaforen. Campagnes, strategieën, strijd. Terrorisme is de moord op willekeurige onschuldige mensen in de hoop dat er een staat van collectieve angst ontstaat. Walzer gelooft niet dat terrorisme ooit gerechtvaardigd kan zijn. Hoogstens in uitzonderingsgevallen kan het worden vergeven. Eenieder heeft het recht op leven, eenieder heeft het recht om te leven waar hij of zij leeft. De gedachte dat een bepaalde identiteit als zodanig iemand al schuldig maakt, moet op morele gronden worden verworpen. Terroristen proberen een volk collectief schuldig te maken. Door bestrijders van terrorisme daarentegen zou schuld als iets individueels moeten worden behandeld. Dit betekent dat de aloude line tussen combattanten en burgers moet worden bewaakt.
Maar, denk ik: Who draws the line? En: Who are we to draw the line?
Antwoord: We look for lines that we can draw. Bijvoorbeeld de grens tussen combattanten en niet-combattanten, tussen niet-conventionele wapens en conventionele wapens. Terroristen doen alsof alle burgers soldaten zijn, medeplichtig.
Opnieuw: We look for lines that we can draw. All major traditions make the distinction between combattants and non-combattants. Het morele punt is dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen wat mensen doen in the act of fighting en wat mensen doen in andere situaties. Tegen de totaliserende tendens van het terrorisme.
Ik concludeer dat wij mensen behoefte hebben aan grenzen, limits, lines. Maar wáár de lijn getrokken wordt, is omstreden. In naam van de grens worden oorlogen uitgevochten. Ook in naam van Walzers grens. Desnoods door middel van terreur?
Wednesday, November 07, 2007
Voor de wet
Bij lezing en herlezing van Kafka's korte verhaal heb ik mij altijd gestoord aan de berustende houding van de man van het platteland, die zijn bewaker maar niet durft te trotseren en blijft wachten voor de poort. De poort die voor hem bestemd was.
Nadat ik een nauwkeurige brief had opgesteld, heb ik geoefend in geduld. Vandaag toog ik voor de tweede maal naar de deurwachter. Ik trof een ander mens. Vertrouwen schenkend, vriendelijk, zelfs een beetje breekbaar. Ter plekke tekende hij zijn toestemming aan op mijn brief. Ik ben hem dankbaar. Hij biedt zijn excuses aan voor de kou van Chicago en wenst me good luck.
Je wordt geacht de wet te kennen, maar je kent hem pas zodra je hem kennelijk hebt overtreden.
Tuesday, November 06, 2007
In the beginning was the deed
Weitz' boek is prettige achtergrondliteratuur bij de cursus over Weimar political theology die ik volg. Naast hondsmoeilijke maar inspirerende teksten van Rosenzweig, Buber en Benjamin een ontspannende afwisseling. Tijdens de bijeenkomst vanmiddag heb ik mijn mond maar weer eens open gedaan. Zoals het hoort. Op het programma stond onder meer Walter Benjamins Kritik der Gewalt (weliswaar in het Engels: Critique of Violence). We kwamen verder - ik had een gevoel van voldoening. Discussiëren: tegelijkertijd doen en denken. John McCormick vergat de tijd.
Het boek van Walzer is een collectie eerder verschenen essays gebundeld rond een thema dat een rode draad vormt in mijn interesse en onderzoek: de verhouding tussen waarheid en democratie, tussen filosofie en politiek, tussen denken en doen. Walzer is inmiddels met emeritaat. Hij is aan het Institute for Advanced Study te Princeton opgevolgd door Danielle Allen, die gelukkig nog voor een dag in de week aan de University of Chicago verbonden blijft. Het thema van Walzers essaybundel doet denken aan een postuum gebundelde reeks essays van die andere filosoof: Bernard Williams, onder de titel In the Beginning was the Deed.
De helft van het autumn quarter zit erop, en daarmee ook de eerste helft van mijn verblijf in the Windy City. De winter kondigt zich aan. Geen zon meer. Geen koorzang meer. Geen katers meer. Het speelkwartier is over. Back to reality.
Monday, November 05, 2007
Lesson III
Zodra ze begrijpt dat ik in Hyde Park woon, besluiten we een volgende keer (mocht die ervan komen) downtown af te spreken. Dat scheelt mij veel tijd. Purple Line, Red Line, six. De schemer zet in.
Privé-concert II
Eten, keten. Taxi. Drie op een rij: celliste, violiste, ik. Voor ten, maar we zijn niet van plan langer dan een half uur te blijven, goed dan five dollars per persoon salsa bij Buzz. Taxi. Meer dan een half uur later.
De Pakistaanse chauffeur laat me voorin zitten. Vertrouwen. Hij vervoert driehonderd verschillende mensen per dag, twaalf uur op een dag, zeven dagen in de week, al vijftien jaar. Soms is het veel, maar hij houdt van zijn werk. Zijn kinderen kunnen naar de universiteit.
Sunday, November 04, 2007
Saturday, November 03, 2007
Privé-concert
Sunday, October 28, 2007
Ich und Du
Aldus Walter Kaufmann in zijn inleiding tot het door hem vertaalde Ich und Du van Martin Buber. Kaufmann kiest voor het plechtige I and Thou als titel, maar vertaalt du gelukkig met you in de rest van de tekst. Buber gaat, zelfs in het Engels, een gesprek aan met de lezer.
Het boek is verplichte leesstof voor het seminar 'Carl Schmitt and Weimar political theology', de enige course die ik dit quarter volg. Studenten, van tweedejaars undergraduate tot derdejaars graduate, krijgen iedere week zo'n vierhonderd bladzijden politieke en niet-politieke theologie te verstouwen. Franz Rosenzweigs in Engelse vertaling vierhonderdvierentwintig pagina's tellende The Star of Redemption werd vorige week in een noodtempo behandeld. Niet meer dan een oppervlakkige lezing was mogelijk. Maar omdat studenten gewend zijn en geacht worden om altijd toch maar iets te zeggen (daar worden ze op 'afgerekend'), werd er toch over deze diepzinnige tekst gediscussiëerd. Als Kaufmann over Buber gelijk heeft, en dat heeft hij, zal het volgende week niet anders gaan. Kwantiteit gaat ten koste van kwaliteit.
Saturday, October 27, 2007
Lesson II
Bij binnenkomst herken ik hem van de foto op zijn website - hij is slanker dan in het digitale. We nemen plaats. Met belangstelling en geduld vraagt hij naar mijn project. We blijken een basisintuïtie te delen. Na een uur verplaatsen we ons op zijn voorstel naar een koffiezaak dichtbij en zetten ons gesprek geanimeerd voort. We praten niet alleen over zijn en mijn werk, maar ook over verschillen tussen de filosofische cultuur en de verhouding tussen politiek en wetenschap in Nederland en in de V.S. Zonder meer het meest stimulerende en oprechte gesprek dat ik hier tot nu toe met een hoogleraar heb gevoerd. Hij stuurt mij zijn papers, ik over enige tijd de mijne. Met een reeks verwijzingen in mijn hoofd loop ik opgewekt terug naar station Davis.
De Purple Line Express en vervolgens de six brengen mij weer van Evanston naar Hyde Park. Ik ben op tijd voor de opening van het facultaire jaar van de Committee on Social Thought, vanaf 6:30 p.m. bij de familie Lear. Hij woont niet ver. Nadat ik haar heb opgehaald, lopen we er in de stromende regen samen naartoe. Aanwezig enkele bekende namen en gezichten, de meesten ken ik nog niet. Gedurende de avond verandert dit. Warm buffet, rode wijn. Het is nog vrij vroeg wanneer iedereen weer vertrekt. Elders wordt het feest voortgezet. Rond middernacht lopen we samen naar huis. Gute Nacht, antwoord ik. Es ist Zeit für mich zu gehen.
Sunday, October 21, 2007
Downtown
De loopbrug die de twee delen van het Wrigley Building met elkaar verbindt. De foto nam ik vanaf de binnenplaats van het gebouw:
Wednesday, October 17, 2007
Less safe, less free
Vanavond sprak David Cole (Professor of Law, Georgetown University) over de desastreuze gevolgen van the preventive paradigm in de Amerikaanse binnenlandse en buitenlandse politiek. Samen met Jules Lobel (eveneens Professor of Law, University of Pittsburgh) schreef hij het boek Less Safe, Less Free: Why America is Losing the War on Terror.
Hope is more the consequence of action than its cause. Whereas the experience of the spectator creates fatalism, the experience of the agent creates hope.
Deze woorden, aangehaald door Cole en afkomstig uit het boek The Future of American Progressivism van Roberto Unger en Cornel West, wil ik onthouden. De avond werd op video opgenomen en is hier als podcast te downloaden.
Monday, October 15, 2007
Devout
Na afloop van mijn eerste repetitie gevolgd door een korte auditie (in die volgorde) vertelt hij me dat de klokken uit het carillion van de Rockefeller Chapel, de kerk waar de wekelijkse repetities van het universiteitskoor plaatsvinden, zojuist naar Nederland zijn verscheept voor restauratie. Bij terugkeer in het International House lees ik in de Chicago Maroon, the independent student newspaper of the University of Chicago, één van de universiteitskranten die iedere week in stapels klaarliggen in de meeste universiteitsgebouwen:
Rockefeller bells sent to Europe for restoration
Although some of the carillon's larger bells will stay in Chicago, many of the smaller ones will be sent to the Netherlands' Royal Eijsbouts, one of few companies known for its service of carillons. The company will also help with the restoration being done in Chicago. (...) "By restoring the carillon, people will be able to actually hear the bells, instead of having to imagine what they once sounded like."
Dat de Rockefeller Chapel wordt gerestaureerd, kan geen passant ontgaan: haar imposante toren staat volledig in de steigers. Volgens de Chicago Maroon werd het carillion in 1932 door John D. Rockefeller Jr. geschonken aan de kerk waarvan hij tevens sponsor en naamgever is. Een kerkgebouw naar jezelf vernoemen - in Nederland vooralsnog ondenkbaar.
De kerk wordt niet alleen gebruikt voor repetities en concerten, maar ook voor conferenties. Zo vond er afgelopen vrijdag een grote conferentie plaats over academic freedom, naar aanleiding van de weigering van DePaul University, één van de vele universiteiten in Chicagoland, om twee van haar stafleden een vaste aanstelling te geven. Eén van hen is Norman Finkelstein, meest bekend van zijn boek The Holocaust Industry. Neve Gordon van de Ben Goerion Universiteit in Israël legde de vinger op de zere plek: doordat universiteiten functioneren als bedrijven zijn ze zozeer afhankelijk geworden van sponsoren, dat het behouden en aantrekken van geldschieters van groter belang is geworden dan het behouden en aantrekken van goede wetenschappers. Met name wetenschappers die zich bezighouden met controversiële onderwerpen, zoals Finkelstein, krijgen het moeilijker. De aanwezige sprekers, onder wie Toni Judt (New York University, auteur van Postwar: A History of Europe since 1945) en John Mearsheimer (University of Chicago, co-auteur van The Israel Lobby and U.S. Foreign Policy), toonden zich zeer bezorgd over de afnemende vrijheid in het publieke debat in de Verenigde Staten, met als gevolg een toename van de druk op het laatste bastion van de vrijheid: de universiteit. Ik ben benieuwd of de Radboud Universieit Nijmegen, als partner van DePaul, iets van zich heeft laten horen. Ik hoop dat in ieder geval de Universiteit Leiden, haar gemeenschap van docenten en studenten, beseft dat zij in Nederland als praesidium liberatis, als bolwerk van de vrijheid, in dezen een bijzondere roeping heeft.
Vandaag werden de winnaars van de Nobelprijs voor de Economie bekend gemaakt. Eén van hen werkt aan de University of Chicago. Alle members of the University of Chicago community kregen vanochtend dan ook een e-mail van de president van de universiteit, Robert J. Zimmer:
Nobel Prize in Economics
I am delighted to tell you that Roger B. Myerson, the Glen A. Lloyd Distinguished Service Professor in Economics, has received the 2007 Nobel Memorial Prize in Economic Sciences. Professor Myerson was awarded the Nobel Prize jointly with Leonid Hurwicz, University of Minnesota, and Eric S. Maskin, Institute for Advanced Study, Princeton, for their work on mechanism design theory.
Nadat Zimmer ons heeft uitgelegd wat mechanism design theory inhoudt (iets met speltheorie) besluit hij zijn bericht als volgt:
Professor Myerson is part of a proud legacy at the University as he joins a list of 23 other University of Chicago faculty and alumni who have received the Nobel Memorial Prize in Economic Sciences, including five current members of our faculty.
Dankzij professor Myerson zal de University of Chicago volgend jaar wel weer een plaatsje stijgen op de ranglijst van universiteiten die ieder jaar door de universiteit van Shanghai wordt uitgebracht. De universiteit van Shanghai zelf staat ergens tussen plaats tweehonderd en driehonderd... Hoe betrouwbaar kunnen deze rankings zijn?
Ja, ik mag meezingen in het universiteitskoor. De lat ligt hoog. Tevens thuis repeteren is onvermijdelijk. We voeren Händels Messiah uit. Devout. Daar hebben we mijn ezelsbruggetje!
Friday, October 12, 2007
Monet
Tuesday, October 09, 2007
Autumn quarter
Gisteren schitterde de zomer voor het laatst. De lucht was strakblauw, de zon scheen volop, het was snikheet en benauwd. Vandaag was de lucht nog immer strakblauw en scheen de zon nog even volop, maar de temperatuur is aangenaam en de bladeren beginnen te vallen. Het is herfst. Het autumn quarter is nu écht begonnen. De eerste zestien dagen van mijn verblijf zitten er op. De resterende dagen zullen snel gaan.
Veel dagen heb ik benut om een bezoek te brengen aan de Seminary Coop Bookstore. Ook na het drie-uurs seminar politieke theologie vanmiddag ben ik er binnengelopen. Deze cooperatieve boekhandel, gevestigd in de kelders van het Chicago Theological Seminary, heeft een enorme collectie, vooral op het gebied van de humaniora en de sociale wetenschappen. Nadat je je rugzak bij de ingang hebt afgegeven, mag je naar binnen. Het is alsof je een crypte betreedt. Een doolhof van compleet gevulde boekenkasten. Geen ruimte is onbenut gelaten. Middenin de boekhandel staat een grote tafel met een ruime selectie recent verschenen boeken, die iedere dag wordt aangepast, bijgevuld en herschikt. Geen bezoek is hetzelfde. Acht planken Plato. Nu de euro anderhalve daalder waard is...
Saturday, October 06, 2007
Lesson
De gemeente Chicago steekt naar verhouding maar half zoveel geld in het plaatselijk openbaar vervoer als de gemeente New York. Achterstallig onderhoud zorgt voor veel vertragingen. Moest ik dit traject iedere vrijdag afleggen, dan kom ik op deze dag aan weinig anders meer toe dan schommelend lezen zonder te kunnen schrijven.
Hij wil me begeleiden, met alle genoegen. Maar eerst zoekt hij naar een even geschikte docent bij mij in de buurt, of desnoods downtown. Op de terugweg een geluk: het is rush hour. De Purple Line rijdt rechtstreeks door naar het centrum en stopt slechts twaalf keer.
Thursday, October 04, 2007
'We are trying to seduce our audience'
Dawkins - als hoogleraar public understanding of science verbonden aan Oxford University, niet te verwarren met Bas Haring, als hoogleraar 'publiek begrip van wetenschap' (wie was eerst?) verbonden aan de Universiteit Leiden - sprak over het onderwerp van zijn nieuwste boek: The God Delusion. Dat wil zeggen, hij sprak over de pas in januari te verschijnen paperback-uitgave die een voorwoord bevat waarin hij ingaat op de belangrijkste kritieken die de vorig jaar verschenen hardback-uitgave te verduren heeft gekregen. Pech voor de mensen die zojuist bij de ter plekke ingerichte boekenkraam de oude editie hadden aangeschaft.
Dawkins richt zijn pijlen primair op individuen die zich, vrijwillig of niet, blijven verontschuldigen voor hun atheïstische geaardheid: I'm an atheist, but... Hij pleit voor een heuse atheïstenemancipatie, naar het voorbeeld van de homo- en vrouwenemancipatie. Ongelovigen hebben eeuwenlang moeten zuchten onder het oorlogszuchtige juk van gelovigen. Uit zijn powerpoint-presentatie blijkt wie hij met de laatsten bedoelt: Osama Bin Laden en ayatollah Khomeini. Paul Tillich en Dietrich Bonhoeffer zijn niet representatief genoeg. Het zijn de aantallen die ertoe doen.
Do you expect your method to be convincing? vraagt iemand uit het publiek. Dawkins geeft toe dat hij niet verwacht dat zijn werk veel effect zal ressorteren, politically. De redenen hiervoor maakt hij niet expliciet, maar laten zich raden. Iemand die gelooft in de Openbaring zal niet snel overtuigd raken door wetenschappelijke argumenten. Wat blijft er dan nog over? We are trying to seduce our audience. Kennelijk verwacht hij dat gelovigen wier diepste overtuigingen bij voortduring worden geridiculiseerd, geneigd zijn om zich open te stellen voor een serieuze gedachtenwisseling.
Dawkins preekt voor eigen parochie. Grote aantallen mensen hebben zich vanavond kostelijk vermaakt. Ik woonde een belangrijk evenement bij.
The Laundry Room
Jonathan Lear, Radical Hope: Ethics in the Face of Cultural Devastation. Een wijsgerig-antropologisch werk over de vraag hoe je moet omgaan met de mogelijkheid dat je cultuur of beschaving kan verdwijnen, uitsterven, worden vernietigd. Aanleiding zijn de woorden van Plenty Coups, de laatste chief van de Crow-indianen: ... when the buffalo went away the hearts of my people fell to the ground, and they could not lift them up again. After this nothing happened. Wat betekent het, te zeggen dat er niets meer gebeurde?
Na zesendertig minuten wassen en zestig minuten drogen zit mijn tijd in de wasruimte erop. Have a good night.
Sunday, September 30, 2007
Metaphysical studies
Crescat scientia vita excolatur
Friday, September 28, 2007
A room with a view
Thursday, September 27, 2007
'Welcome to Chicago' II
's Avonds vond er een orientation plaats in het International House. Een gratis maaltijd en een rondleiding door het enorme complex. Ik heb meteen maar besloten zoveel mogelijk tijd buiten deze kloosterachtige omgeving door te brengen. De campus van de University of Chicago is een veel aangenamer plek. Veel groen, veel bankjes, genoeg plekken om een bagel met kaas te eten (hoewel, kaas...) onder het genot van een cafe latte (small uiteraard, hetgeen voor Nederlandse begrippen op zijn minst nog medium is), terwijl even verder de eekhoorns schichtig over het grasperk schieten.
De Committee on Social Thought (in Foster Hall, het gebouw achteraan op de foto) is onderdeel van de Division of Social Sciences; dat is een soort superfaculteit der sociale wetenschappen. Volgens de coordinator die verantwoordelijk was voor mijn komst naar Chicago is het Committee ooit opgericht om tegenwicht te bieden tegen de neiging tot toenemende specialisatie in de klassieke Departments, zoals Political Science en Philosophy. Het begrip social thought betekent volgens hem niets, maar is eerder een excuus om te kunnen doen wat je wilt. Er worden dan ook cursussen aangeboden over uiteenlopende onderwerpen, van world poetry tot de sociologische bestudering van religie. In Nederland zouden we eerder spreken van een interdisciplinair 'centrum' of 'instituut'. De meeste stafleden zijn tevens benoemd aan een Department, in de meeste gevallen aan wijsbegeerte of politicologie. Ook de studenten zijn veelal dubbelvakkers. Misschien een goed idee, een Leids Centrum voor Sociaal Denken? Ook in het Nederlands zegt deze term immers niet zoveel...
Tuesday, September 25, 2007
'Welcome to Chicago'
Vanmiddag woonde ik mijn eerste college bij. De keuze was niet gemakkelijk, maar doordat ik de collegezaal net op tijd vond, kon ik aanschuiven bij het seminar van John McCormick over politieke theologie bij Carl Schmitt en een aantal van zijn tijdgenoten, zoals Benjamin en Strauss. Het onderwerp van dit college sluit het beste aan bij mijn dissertatie. Ik laat Martha Nussbaum nu schieten, die op hetzelfde tijdstip college geeft over onderwijsfilosofie. Ze zal het me niet kwalijk nemen. Het college van McCormick heeft de vorm van een graduate seminar. Ruim twintig studenten in carré, zeer goed voorbereid, welbespraakt, niet bang om iets te zeggen, scherp, intelligent en to the point, drie uur zonder pauze, geen gegeeuw, geen verveelde blikken op klokken, horloges of mobiele telefoons. Dit heb ik in Nederland nooit meegemaakt. Maar laat ik hier niet over doorgaan, want ieder ophemelen van de Amerikaanse universiteit leidt in Nederland, vertaald in beleid en bureaucratie, tot Britse toestanden. En dan heb ik het niet over Oxford en Cambridge.
Over Oxford en Cambridge gesproken, de campus van de University of Chicago is grotendeels opgetrokken in neogotische stijl. Zie hier een foto van het International House, waar ik verblijf:
Monday, September 24, 2007
'Welkom in de Winderige Stad'
'Welcome to the Windy City' werd er in het vliegtuig omgeroepen. Chicago heeft vele bijnamen, waarvan dit de bekendste is. Het ligt voor de hand om te denken dat deze naam refereert aan de straffe wind die vanaf Lake Michigan de stad in waait, of - minder voor de hand liggend - aan de kennelijk fameuze winderigheid waaraan de bewoners van deze stad lijden. Geen van beide is waar. De naam verwijst naar de holle frasen en loze beloften van negentiende-eeuwse lokale politici. Wind dus.