
Onlangs verschenen: Stukwerk van Geerten Meijsing. Ondertitel: Enigszins filosofische essays. In een interview met Meijsing in een uitzending van De avonden noemt de interviewer dit een bescheiden ondertitel. Meijsing antwoordt: "Zou jij een boek dat als titel had Filosofische essays niet een beetje wantrouwen? Bovendien, ik ben geen filosoof, en in mijn familie is er wel een filosoof, mijn kleine zusje die doceert filosofie, dus ik moet heel voorzichtig zijn. Maar het is natuurlijk... Het neemt iets terug, het is een manier om een bepaald soort gedetacheerdheid uit te drukken, afstand die je genomen hebt. Ik babble ook wat in de filosofie. Ik ben... Het is geen echte filosofie natuurlijk. Daarom... Het is een beetje een ironische titel." Dat laatste kan ook niet anders. Plato is één van de denkers en schrijvers die door de (niet geheel toevallig in Syracuse woonachtige) Meijsing wordt bewonderd. En Plato was, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, een meester in de ironie.
Denkers als Ad Verbrugge en Andreas Kinneging zijn minder bescheiden en noemden hun bundels respectievelijk Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift en Geografie van goed en kwaad. Filosofische essays. Geen spoor van ironie in deze titels. In de werken zelf trouwens ook niet.
Leuk aan het boek van Meijsing is dat er tussen de tekst door illustraties staan afgedrukt. Ik bespeur hier een nieuwe tendens. Bij mijn weten is Peter Sloterdijk ermee begonnen: zijn Sferen-trilogie bevat verschillende afbeeldingen. Zo wordt de zeggingskracht van de tekst afgewisseld met de geheel andere zeggingskracht van het beeld.