Thursday, July 20, 2006

Essays, filosofisch, enigszins


Onlangs verschenen: Stukwerk van Geerten Meijsing. Ondertitel: Enigszins filosofische essays. In een interview met Meijsing in een uitzending van De avonden noemt de interviewer dit een bescheiden ondertitel. Meijsing antwoordt: "Zou jij een boek dat als titel had Filosofische essays niet een beetje wantrouwen? Bovendien, ik ben geen filosoof, en in mijn familie is er wel een filosoof, mijn kleine zusje die doceert filosofie, dus ik moet heel voorzichtig zijn. Maar het is natuurlijk... Het neemt iets terug, het is een manier om een bepaald soort gedetacheerdheid uit te drukken, afstand die je genomen hebt. Ik babble ook wat in de filosofie. Ik ben... Het is geen echte filosofie natuurlijk. Daarom... Het is een beetje een ironische titel." Dat laatste kan ook niet anders. Plato is één van de denkers en schrijvers die door de (niet geheel toevallig in Syracuse woonachtige) Meijsing wordt bewonderd. En Plato was, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, een meester in de ironie.

Denkers als Ad Verbrugge en Andreas Kinneging zijn minder bescheiden en noemden hun bundels respectievelijk Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift en Geografie van goed en kwaad. Filosofische essays. Geen spoor van ironie in deze titels. In de werken zelf trouwens ook niet.

Leuk aan het boek van Meijsing is dat er tussen de tekst door illustraties staan afgedrukt. Ik bespeur hier een nieuwe tendens. Bij mijn weten is Peter Sloterdijk ermee begonnen: zijn Sferen-trilogie bevat verschillende afbeeldingen. Zo wordt de zeggingskracht van de tekst afgewisseld met de geheel andere zeggingskracht van het beeld.

"Wouter ziet me niet zo zitten"

Vanochtend in Trouw: een kort interview met Godelieve van Heteren, Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, onder de kop "Van Heteren: Denkers horen ook in de Kamer". Voordat ze in 2003 lid werd van de Tweede Kamer, werkte ze als universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze ambieert een tweede termijn als kamerlid. Maar of ze op de lijst zal komen? De teneur van het artikel is toch dat Wouter Bos er niet van houdt om al te kritische denkers binnen zijn fractie te hebben. Van Heteren: "...Wouter ziet me niet zo zitten. Hij vindt dat ik een denktank op moet richten, of directeur van de Balie worden." De aanvankelijke openheid die heerste onder Bos, lijkt nu verdwenen: "Hij haalde de kritiek binnen in de PvdA. Dat was goed. Maar nu is het kritische elan eruit. Iedereen is weer vooral bezig met posities." Hier klinkt toch enige teleurstelling door... Is het een klassiek geval van de botsing tussen de vita activa en de vita contemplativa? De onverenigbaarheid van een meer beschouwende instelling met het vak van politicus? Of gaat het hier "gewoon" om machtspolitiek? Een politiek leider die liefst zoveel mogelijk ja-knikkers om zich heen verzamelt?

Persoonlijke noot: toen ik een jaar geleden zelf twijfelde tussen politiek en wetenschap, heb ik daarover met Godelieve van Heteren gepraat. Zij raadde me ten stelligste af om vóór mijn veertigste de politiek in te gaan. Ik zou eerst "de echte wereld" moeten verkennen. Inmiddels werk ik al bijna een jaar in de wetenschap, maar heb nou niet het gevoel dat die onderdeel uitmaakt van "de echte wereld". Maar misschien bestaat "de echte wereld" ook helemaal niet. Althans niet echt.

Overigens is het me opgevallen dat Wouter Bos zich zelden positief uitlaat over wetenschappers, denkers, intellectuelen. Terwijl hij zelf cum laude is afgestudeerd in twee wetenschappen (economie en politicologie) en voorbestemd leek voor een wetenschappelijke carrière. Maar in zijn boek Dit land kan zoveel beter schrijft hij: "Ik vond de universiteit niet inspirerend. Het gonsde op de gangen niet echt van ambitie. Er liepen te veel mensen rond die volgens mij nauwelijks iets presteerden." (p. 27). Tijdens een lezing die Bos onlangs hield aan de Leidse universiteit in het kader van de promotie van zijn boek liet hij zich ontvallen dat academici zichzelf niet zo belangrijk moesten vinden. (Reden voor of gevolg van het door de PvdA voorgestelde nieuwe studiefinancieringsstelsel...?)

Ik begin toch te vermoeden dat denkers Wouter Bos confronteren met zijn eigen, niet verwezenlijkte wetenschappelijke talent. Het lijkt me van belang dat er in die fractiekamer iemand aanwezig is die Wouters andere ik weerspiegelt. Daarom, Godelieve, hoop ik dat je partij je hoog op de kandidatenlijst zal plaatsen, opdat je gekozen wordt. (En áls ik op de Partij van de Arbeid stem, stem ik op jou.)

Wednesday, July 19, 2006

Geloof en weten

Nog zoveel geplande bijdragen... Over Amos Oz, over Israël en Libanon, over Donner en Spruyt. Maar het is vandaag te warm. Gisteren lukte het me nog om Jürgen Habermas' Glauben und Wissen uit te lezen - over de verhouding tussen religie en wetenschap en de belangrijke "vertalende" rol die de common sense (als resultaat van publieke meningsvorming) tussen beide speelt en dient te spelen. Door Erik Borgman gerecenseerd in Zonder geloof geen democratie, het zomernummer van Christen-Democratische Verkenningen.