Saturday, October 06, 2007

Lesson

Hyde Park, vrijdagmiddag, tien over twaalf. Ik stap op de six, de bus die rechtstreeks downtown rijdt, waar ik, even zoeken, overstap op de Red Line richting het noorden van de stad, eerst ondergronds, dan bovengronds, het treinstel bereikt met horten en stoten station Howard, de twintigste halte en eindpunt, de Purple Line vertrekt vanaf de andere kant van het perron en brengt mij nog vier haltes noordelijker, tot station Davis, waar ik uitstap. Evanston, diezelfde middag, tien over twee. Ik text mijn beoogd voice teacher dat ik een kwartier later kom.

De gemeente Chicago steekt naar verhouding maar half zoveel geld in het plaatselijk openbaar vervoer als de gemeente New York. Achterstallig onderhoud zorgt voor veel vertragingen. Moest ik dit traject iedere vrijdag afleggen, dan kom ik op deze dag aan weinig anders meer toe dan schommelend lezen zonder te kunnen schrijven.

Hij wil me begeleiden, met alle genoegen. Maar eerst zoekt hij naar een even geschikte docent bij mij in de buurt, of desnoods downtown. Op de terugweg een geluk: het is rush hour. De Purple Line rijdt rechtstreeks door naar het centrum en stopt slechts twaalf keer.

Thursday, October 04, 2007

'We are trying to seduce our audience'

Wanneer spreken we van een belangrijke gebeurtenis? Afgemeten aan de grote aantallen mensen die vanavond op de lezing van Richard Dawkins afkwamen, was er sprake van een gebeurtenis van formaat.

Dawkins - als hoogleraar public understanding of science verbonden aan Oxford University, niet te verwarren met Bas Haring, als hoogleraar 'publiek begrip van wetenschap' (wie was eerst?) verbonden aan de Universiteit Leiden - sprak over het onderwerp van zijn nieuwste boek: The God Delusion. Dat wil zeggen, hij sprak over de pas in januari te verschijnen paperback-uitgave die een voorwoord bevat waarin hij ingaat op de belangrijkste kritieken die de vorig jaar verschenen hardback-uitgave te verduren heeft gekregen. Pech voor de mensen die zojuist bij de ter plekke ingerichte boekenkraam de oude editie hadden aangeschaft.

Dawkins richt zijn pijlen primair op individuen die zich, vrijwillig of niet, blijven verontschuldigen voor hun atheïstische geaardheid: I'm an atheist, but... Hij pleit voor een heuse atheïstenemancipatie, naar het voorbeeld van de homo- en vrouwenemancipatie. Ongelovigen hebben eeuwenlang moeten zuchten onder het oorlogszuchtige juk van gelovigen. Uit zijn powerpoint-presentatie blijkt wie hij met de laatsten bedoelt: Osama Bin Laden en ayatollah Khomeini. Paul Tillich en Dietrich Bonhoeffer zijn niet representatief genoeg. Het zijn de aantallen die ertoe doen.

Onze fervente voorvechter van atheïsten-emancipatie hanteert twee wapens (als je ze zo mag noemen): reason, science, evidence (daartussen maakt hij geen onderscheid) en, als dominant stijlmiddel, spot (waarvan hij veelvuldig gebruikt maakt, maar waarvan hij de cruciale functie voor de overtuigingskracht van zijn betoog niet thematiseert).

Do you expect your method to be convincing? vraagt iemand uit het publiek. Dawkins geeft toe dat hij niet verwacht dat zijn werk veel effect zal ressorteren, politically. De redenen hiervoor maakt hij niet expliciet, maar laten zich raden. Iemand die gelooft in de Openbaring zal niet snel overtuigd raken door wetenschappelijke argumenten. Wat blijft er dan nog over? We are trying to seduce our audience. Kennelijk verwacht hij dat gelovigen wier diepste overtuigingen bij voortduring worden geridiculiseerd, geneigd zijn om zich open te stellen voor een serieuze gedachtenwisseling.

Dawkins preekt voor eigen parochie. Grote aantallen mensen hebben zich vanavond kostelijk vermaakt. Ik woonde een belangrijk evenement bij.

The Laundry Room

Het International House is een enorm gebouw met allerlei gangen, zalen en trappenhuizen. Beneden in de kelder bevinden zich verschillende faciliteiten, waaronder de Laundry Room. Een warme, muffe ruimte met tientallen wasmachines en drogers. Eén dollar per wasbeurt, één dollar per droogbeurt. Automatisch af te schrijven van je Chicago Card. Tenzij je tweemaal vier quarters bij de hand hebt. De kamer is verder van alle gemakken voorzien: een tafel, stoelen, zelfs een televisie. Do you mind if I watch the television? No problem, ik lees er wel doorheen.

Jonathan Lear, Radical Hope: Ethics in the Face of Cultural Devastation. Een wijsgerig-antropologisch werk over de vraag hoe je moet omgaan met de mogelijkheid dat je cultuur of beschaving kan verdwijnen, uitsterven, worden vernietigd. Aanleiding zijn de woorden van Plenty Coups, de laatste chief van de Crow-indianen: ... when the buffalo went away the hearts of my people fell to the ground, and they could not lift them up again. After this nothing happened. Wat betekent het, te zeggen dat er niets meer gebeurde?

Na zesendertig minuten wassen en zestig minuten drogen zit mijn tijd in de wasruimte erop. Have a good night.

Sunday, September 30, 2007

Metaphysical studies

Dat het begrip 'metafysica' tegenwoordig geen goede reputatie heeft, noch binnen, noch buiten het vakgebied van de filosofie, is genoegzaam bekend. Zo is er in heel Nederland nog maar één leerstoel metafysica over, en wel aan mijn alma mater, de katholieke Radboud Universiteit Nijmegen. Ik was dan ook verrast om in boekhandel Borders, aan State Avenue, tegenover de sectie philosophy een hele rij boekenkasten aan te treffen onder de titel metaphysical studies. Is de eerste filosofie aan een heropstandig begonnen? Of heeft ze in de Nieuwe Wereld haar wetenschappelijke status nooit verloren? Een blik op enkele boekruggen hielp mij al snel uit de droom. Ook hier staat filosofie netjes tegenover esoterie.

Crescat scientia vita excolatur

Neme de wetenschap toe, zo worde het leven verrijkt. Of iets wat daarop lijkt. De lijfspreuk van de University of Chicago prijkt in grote letters op de voorgevel van haar universiteitsbibliotheek, de Regenstein Library. Het duurde even voor ik het woord excolatur precies kon thuisbrengen, maar het is verwant aan het woord colere (verzorgen, bebouwen, vereren), waarvan het woord 'cultuur' is afgeleid. Een voller motto dan praesidium libertatis, de lijfspreuk van de Universiteit Leiden, maar of alle wetenschap een verrijking of letterlijk een 'veredeling' van het leven is? De studenten hier schijnen ervan overtuigd te zijn, want ze doen niets anders dan studeren.

Voorheen was de Regenstein Library vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week geopend. Inmiddels zijn de openingstijden bekort, om de studenten te dwingen om 's nachts iets anders te doen dan wéér tussen de boeken te zitten. Maar ook de nieuwe openingstijden zijn nog steeds een verademing in vergelijking met de Nederlandse universiteitsbibliotheken: door de week van acht uur 's ochtends tot één uur 's nachts en in het weekend van acht uur 's ochtends tot tien uur 's avonds. Een ander groot voordeel is dat alle boeken en tijdschriften (met uitzondering van de bijzondere collecties) in open opstelling staan. Je hoeft nooit te wachten op een boek en op de plank kun je nog eens een titel ontdekken die je niet kende. Tassen, etenswaren, zelfs de beker thee die je zojuist in het door studenten gerunde bibliotheekcafé Ex libris hebt gekocht, alles mag mee naar binnen. Niet morsen.

Friday, September 28, 2007

A room with a view

Vandaag werd ik door mijn beschermheer wegwijs gemaakt in downtown Chicago. Overweldigend, ook omdat ik de kans kreeg om een studio te bezoeken in één van de torens van Marina City, een karakteristiek appartementencomplex uit 1967 ontworpen door Bertrand Goldberg. Wie dacht dat alleen Hagenaars hun torens tooien met toepasselijke bijnamen als het IJspaleis (het spierwitte Stadhuis), de Vulpen (de puntige Hoftoren) of, plastischer, de Twee Tieten (Castalia, twee ferme zadeldaken), heeft het mis. De eenenzestig verdiepingen tellende torens hebben de vorm van maïskolven en heten daarom ook wel de Corncob Towers. Het uitzicht vanaf het balkon:

Thursday, September 27, 2007

'Welcome to Chicago' II

Eergisteren verkeerde ik toch echt in de veronderstelling dat ik door één handeling te verrichten meteen overal stond ingeschreven, maar kennelijk was dit niet het geval. De secretaresse van de Committee on Social Thought (nu echt - gisteren bleek ik me alleen bij de Division of Social Sciences te hebben aangemeld) heette me hartelijk welkom in Chicago. Ze waren al ongerust geworden: 'Waar blijft die jongen?' Meteen heb ik kennis gemaakt met mijn contactpersoon of begeleider alhier, Nathan Tarcov. Een vriendelijke man die me goed wegwijs kon maken.

's Avonds vond er een orientation plaats in het International House. Een gratis maaltijd en een rondleiding door het enorme complex. Ik heb meteen maar besloten zoveel mogelijk tijd buiten deze kloosterachtige omgeving door te brengen. De campus van de University of Chicago is een veel aangenamer plek. Veel groen, veel bankjes, genoeg plekken om een bagel met kaas te eten (hoewel, kaas...) onder het genot van een cafe latte (small uiteraard, hetgeen voor Nederlandse begrippen op zijn minst nog medium is), terwijl even verder de eekhoorns schichtig over het grasperk schieten.

De Committee on Social Thought (in Foster Hall, het gebouw achteraan op de foto) is onderdeel van de Division of Social Sciences; dat is een soort superfaculteit der sociale wetenschappen. Volgens de coordinator die verantwoordelijk was voor mijn komst naar Chicago is het Committee ooit opgericht om tegenwicht te bieden tegen de neiging tot toenemende specialisatie in de klassieke Departments, zoals Political Science en Philosophy. Het begrip social thought betekent volgens hem niets, maar is eerder een excuus om te kunnen doen wat je wilt. Er worden dan ook cursussen aangeboden over uiteenlopende onderwerpen, van world poetry tot de sociologische bestudering van religie. In Nederland zouden we eerder spreken van een interdisciplinair 'centrum' of 'instituut'. De meeste stafleden zijn tevens benoemd aan een Department, in de meeste gevallen aan wijsbegeerte of politicologie. Ook de studenten zijn veelal dubbelvakkers. Misschien een goed idee, een Leids Centrum voor Sociaal Denken? Ook in het Nederlands zegt deze term immers niet zoveel...

Tuesday, September 25, 2007

'Welcome to Chicago'

Vanaf nu sta ik als visiting student ingeschreven bij de Committee on Social Thought. De uiterst vriendelijke dame werkzaam bij de administratie heette me officieel welkom. Ze maande me niet alleen vooral hard te werken, maar zeker ook "our city" te verkennen.

Vanmiddag woonde ik mijn eerste college bij. De keuze was niet gemakkelijk, maar doordat ik de collegezaal net op tijd vond, kon ik aanschuiven bij het seminar van John McCormick over politieke theologie bij Carl Schmitt en een aantal van zijn tijdgenoten, zoals Benjamin en Strauss. Het onderwerp van dit college sluit het beste aan bij mijn dissertatie. Ik laat Martha Nussbaum nu schieten, die op hetzelfde tijdstip college geeft over onderwijsfilosofie. Ze zal het me niet kwalijk nemen. Het college van McCormick heeft de vorm van een graduate seminar. Ruim twintig studenten in carré, zeer goed voorbereid, welbespraakt, niet bang om iets te zeggen, scherp, intelligent en to the point, drie uur zonder pauze, geen gegeeuw, geen verveelde blikken op klokken, horloges of mobiele telefoons. Dit heb ik in Nederland nooit meegemaakt. Maar laat ik hier niet over doorgaan, want ieder ophemelen van de Amerikaanse universiteit leidt in Nederland, vertaald in beleid en bureaucratie, tot Britse toestanden. En dan heb ik het niet over Oxford en Cambridge.

Over Oxford en Cambridge gesproken, de campus van de University of Chicago is grotendeels opgetrokken in neogotische stijl. Zie hier een foto van het International House, waar ik verblijf:

Monday, September 24, 2007

'Welkom in de Winderige Stad'

Na een vlucht van bijna negen uur, een shuttlerit van een uur en een douche van een kwartier zit ik vanuit mijn nog kale kamer ingeplugd en wel mijn weblog bij te werken. Vanuit de shuttle heb ik in de verte de Sears Tower al kunnen zien. Het is hier zes uur 's avonds - in Nederland bijna één uur 's nachts. Nog even wakker blijven dus.

'Welcome to the Windy City' werd er in het vliegtuig omgeroepen. Chicago heeft vele bijnamen, waarvan dit de bekendste is. Het ligt voor de hand om te denken dat deze naam refereert aan de straffe wind die vanaf Lake Michigan de stad in waait, of - minder voor de hand liggend - aan de kennelijk fameuze winderigheid waaraan de bewoners van deze stad lijden. Geen van beide is waar. De naam verwijst naar de holle frasen en loze beloften van negentiende-eeuwse lokale politici. Wind dus.

Saturday, September 22, 2007

DOORSTART

Het laatste bericht op dit weblog dateert van 29 augustus 2006. Inmiddels zijn we ruim een jaar verder. Een goede blogger plaatst op gezette tijden nieuwe berichten, die in lengte bij voorkeur beperkt zijn. De komende drie maanden verblijf ik aan de University of Chicago. Een mooie aanleiding om dit weblog nieuw leven in te blazen.

Tuesday, August 29, 2006

Thursday, July 27, 2006

"Versailles"

Verschillende recensies gelezen, door een vriendin aangeraden gekregen, gisteren dan eindelijk gezien: Marie Antoinette, de nieuwste film van Sophia Coppola, regisseuse van onder andere Lost in Translation. Op een enkele uitzondering na waren de recensenten het erover eens dat dit niet de beste film van Sophia Coppola is. Belangrijkste verwijt: de film is anachronistisch. Mij lijkt dat nu juist de kracht.

Marie Antoinette, voortreffelijk gespeeld door Kirsten Dunst, komt over als een zelfverzekerde vrouw die zich schijnbaar moeiteloos aanpast aan het milieu waarin ze terechtkomt. Versailles wordt neergezet als een decadent hof waar iedereen door iedereen wordt bekeken, iedereen over iedereen praat, zowel onschuldig als grimmig, vooral over Marie Antoinette, die als Oostenrijkse prinses een troonopvolger moet “produceren” voor Frankrijk. Wanneer ze in de Hofopera aan het einde van de voorstelling tegen de traditie in begint te klappen, krijgt ze na enige tijd iedereen mee. Maar wanneer ze in de Parijse opera hetzelfde doet, moet ze haar applaus staken. Versailles weet ze te veroveren - Frankrijk niet. En dat ondanks het feit dat ze na enige tijd een mannelijke troonopvolger “produceert” - waarmee ze haar belangrijkste plicht heeft vervuld. Ze schikt zich in haar lot. Samen met haar man geven ze zich over aan het Franse volk, dat hun na de bestorming van de Bastille woedend opwacht.

Hoewel de kostuums schitterend zijn, is deze film geen kostuumdrama. De soundtrack met overwegend jaren ‘80-muziek maakt Marie Antoinette tot een metafoor voor ónze tijd. Overvloed, roddel, verveling: we leven in één groot Versailles. Ook het buitenvervlijf dat Marie Antoinette op een gegeven moment krijgt, maakt daarvan onderdeel uit. De imitatie van het landleven bevestigt de afwezigheid ervan.

Denk bij het zien van Versailles van Sophia Coppola aan een willekeurige universiteitsstad in Nederland, waar studerenden en werkenden zich vervelen en vermaken - veel drinken, veel eten, veel spelen, uit en thuis - door voortdurend op elkaar te letten, voortdurend over elkaar te praten - wie doet het met wie? - nu eens is de sfeer onschuldig, dan weer grimmig.

Onlangs verscheen van de hand van Christiaan Weijts, medewerker van het Leidse universiteitsblad Mare en voormalig student Nederlands aan de Leidse universiteit, de roman art.285b. Het boek werd zonder uitzondering positief ontvangen. Op 28 juli verscheen in de Groene Amsterdammer een eerste meer kritische bespreking onder de titel ‘Get a life’, door recensent Kees ‘t Hart. Het zielige van de hoofdpersoon van Weijts’ boek is het zielige van de bewoners van Versailles. Maar waar Sophia Coppola haar Marie Antoinette gevoel voor ironie en tragiek meegeeft, blijft Christiaan Weijts’ alter ego Sebastiaan Steijn zelfgenoegzaam hangen in cynisme en onverschilligheid. ‘t Hart waarschuwt: ”Alles is opgelegd ernstig, cynisch en zwartgallig. Is dit de Nederlandse Houellebecq? Of een nieuwe Grunberg? Nog lang niet, daarvoor is er in de held te veel ijdelheid en te weinig wanhoop voelbaar.” (p. 41) Die wanhoop voelen we bij Marie Antoinette wel. En zonder die wanhoop lijkt me een ontsnapping of overgave aan ieder Versailles onmogelijk.

Tuesday, July 25, 2006

Digitaal nihilisme?


In het artikel 'Digitale Nihilisten?' in de meest recente aflevering (73) van het Duitstalige tijdschrift Lettre International legt Geert Lovink uit waarom bloggen dikwijls als een nihilistische bezigheid wordt beschouwd. Voor zover blogs getuigen van "Netzzynismus" en "Exhibitionismus" zijn het volgens hem uitingen van de drang om gehoord te worden, de wil om te zeggen wat je denkt en voelt, de noodzaak zelfs om de waarheid te zeggen: "Es ist ein unmittelbarer Drang zur Replik, der Wille, gehört zu werden, um mit den anderen da draußen zusammen zu sein." Dit doet mij denken aan Richard Rorty's beschrijving van de ironicus. Waarom spreekt de één over cynisme en de ander over ironie? Wat hebben beide met nihilisme te maken?

In dit nummer tevens een interessant artikel van Slavoj Zizek over atheïsme. (En wat dat dan weer met nihilisme te maken heeft?)

Monday, July 24, 2006

Wim Quist, Rijksbouwmeester 1974-1979

Naar aanleiding van de tentoonstelling “200 jaar Rijksbouwmeester” in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) te Rotterdam zendt de AVRO een serie portretten uit van de laatste zes Rijksbouwmeesters. De eerste uitzending was gewijd aan Wim Quist, in functie van 1974 tot 1979. In deze uitzending bijzondere aandacht voor het Leidse Witte Singel / Doelencomplex, waar de alfa-faculteiten en de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Leiden gevestigd zijn. Zelf ben ik hier werkzaam aan de Faculteit der Wijsbegeerte.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat er een universiteitsbibliotheek kwam met een hele hoge toren die boven de stad Leiden zou uitrijzen. Quist heeft dit voorkomen. Hij zegt er het volgende over: “…in die tijd waren wij van mening dat je niet zomaar een te grootschalig element tussen kleinschalige en broze gebouwen neer kunt zetten. Wat mijn opvatting toen was, en eigenlijk nog steeds, is dat ik geen voorstander ben van historiserend bouwen. Ik vind dat je in je eigen tijd je vak kunt uitoefenen en dat je dat alle ruimte moet geven. Maar met respect voor de omgeving en voor de maat en de schaal van die omgeving en het functioneren uiteraard van die gebouwen.” Op locatie, terwijl hij uitkijkt op de Universiteitsbibliotheek (Bart van Kasteel) en de gebouwen daarnaast (Joop van Stigt), zegt Quist: “…met de middelen van de eigen tijd…is er iets neergezet wat op een hele markante wijze zich invoegt in de bestaande omgeving en die de omgeving als het ware weer oppakt, en zich niet misdraagt, als hier sta ik de architectuur te zijn, maar zich gedraagt. En dat is een vorm van beschaving.”

Ook spreekt Quist over de gekleurde glasplaten (Jan van Goethem) die in het Lipsiusgebouw hangen. De interviewster vraagt hem: “Waarom is het belangrijk, kunst in openbare gebouwen?” Quist antwoordt: “Omdat het je aan het denken zet. En je kan niet genoeg gestimuleerd worden om na te denken over de kwaliteit van het bestaan.”

Met Quists uitgangspunten kan ik instemmen. Maar of juist déze gebouwen een geslaagde toepassing zijn van deze uitgangspunten? Bovendien dient de kwaliteit van een gebouw ook te worden afgemeten aan de tevredenheid van de gebruikers. Als ervaringsdeskundige kan ik zeggen dat ik toch liever in één van de negentiende-eeuwse panden “in de bestaande omgeving” zou werken dat tussen het betongrijs en donkerbruin uit de jaren zeventig.

Wie meer wil weten over de gebouwen van de Universiteit Leiden kan het volgende boek raadplegen: Vier eeuwen geschiedenis in steen. Universitaire gebouwen in Leiden, Univeriteit Leiden, 2005. Uit dit boek blijkt dat de stramienmaat van de Universiteitsbibliotheek en de gebouwen daarnaast willekeurig gekozen is: “…het is de kleinste parkeermaat voor drie auto’s. De architecten konden geen andere referentie bedenken, ze waren allemaal even goed en even slecht. ‘Boeken passen overal.’” (p. 61). Als dit geen zwaktebod is…

Thursday, July 20, 2006

Essays, filosofisch, enigszins


Onlangs verschenen: Stukwerk van Geerten Meijsing. Ondertitel: Enigszins filosofische essays. In een interview met Meijsing in een uitzending van De avonden noemt de interviewer dit een bescheiden ondertitel. Meijsing antwoordt: "Zou jij een boek dat als titel had Filosofische essays niet een beetje wantrouwen? Bovendien, ik ben geen filosoof, en in mijn familie is er wel een filosoof, mijn kleine zusje die doceert filosofie, dus ik moet heel voorzichtig zijn. Maar het is natuurlijk... Het neemt iets terug, het is een manier om een bepaald soort gedetacheerdheid uit te drukken, afstand die je genomen hebt. Ik babble ook wat in de filosofie. Ik ben... Het is geen echte filosofie natuurlijk. Daarom... Het is een beetje een ironische titel." Dat laatste kan ook niet anders. Plato is één van de denkers en schrijvers die door de (niet geheel toevallig in Syracuse woonachtige) Meijsing wordt bewonderd. En Plato was, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, een meester in de ironie.

Denkers als Ad Verbrugge en Andreas Kinneging zijn minder bescheiden en noemden hun bundels respectievelijk Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift en Geografie van goed en kwaad. Filosofische essays. Geen spoor van ironie in deze titels. In de werken zelf trouwens ook niet.

Leuk aan het boek van Meijsing is dat er tussen de tekst door illustraties staan afgedrukt. Ik bespeur hier een nieuwe tendens. Bij mijn weten is Peter Sloterdijk ermee begonnen: zijn Sferen-trilogie bevat verschillende afbeeldingen. Zo wordt de zeggingskracht van de tekst afgewisseld met de geheel andere zeggingskracht van het beeld.

"Wouter ziet me niet zo zitten"

Vanochtend in Trouw: een kort interview met Godelieve van Heteren, Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, onder de kop "Van Heteren: Denkers horen ook in de Kamer". Voordat ze in 2003 lid werd van de Tweede Kamer, werkte ze als universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze ambieert een tweede termijn als kamerlid. Maar of ze op de lijst zal komen? De teneur van het artikel is toch dat Wouter Bos er niet van houdt om al te kritische denkers binnen zijn fractie te hebben. Van Heteren: "...Wouter ziet me niet zo zitten. Hij vindt dat ik een denktank op moet richten, of directeur van de Balie worden." De aanvankelijke openheid die heerste onder Bos, lijkt nu verdwenen: "Hij haalde de kritiek binnen in de PvdA. Dat was goed. Maar nu is het kritische elan eruit. Iedereen is weer vooral bezig met posities." Hier klinkt toch enige teleurstelling door... Is het een klassiek geval van de botsing tussen de vita activa en de vita contemplativa? De onverenigbaarheid van een meer beschouwende instelling met het vak van politicus? Of gaat het hier "gewoon" om machtspolitiek? Een politiek leider die liefst zoveel mogelijk ja-knikkers om zich heen verzamelt?

Persoonlijke noot: toen ik een jaar geleden zelf twijfelde tussen politiek en wetenschap, heb ik daarover met Godelieve van Heteren gepraat. Zij raadde me ten stelligste af om vóór mijn veertigste de politiek in te gaan. Ik zou eerst "de echte wereld" moeten verkennen. Inmiddels werk ik al bijna een jaar in de wetenschap, maar heb nou niet het gevoel dat die onderdeel uitmaakt van "de echte wereld". Maar misschien bestaat "de echte wereld" ook helemaal niet. Althans niet echt.

Overigens is het me opgevallen dat Wouter Bos zich zelden positief uitlaat over wetenschappers, denkers, intellectuelen. Terwijl hij zelf cum laude is afgestudeerd in twee wetenschappen (economie en politicologie) en voorbestemd leek voor een wetenschappelijke carrière. Maar in zijn boek Dit land kan zoveel beter schrijft hij: "Ik vond de universiteit niet inspirerend. Het gonsde op de gangen niet echt van ambitie. Er liepen te veel mensen rond die volgens mij nauwelijks iets presteerden." (p. 27). Tijdens een lezing die Bos onlangs hield aan de Leidse universiteit in het kader van de promotie van zijn boek liet hij zich ontvallen dat academici zichzelf niet zo belangrijk moesten vinden. (Reden voor of gevolg van het door de PvdA voorgestelde nieuwe studiefinancieringsstelsel...?)

Ik begin toch te vermoeden dat denkers Wouter Bos confronteren met zijn eigen, niet verwezenlijkte wetenschappelijke talent. Het lijkt me van belang dat er in die fractiekamer iemand aanwezig is die Wouters andere ik weerspiegelt. Daarom, Godelieve, hoop ik dat je partij je hoog op de kandidatenlijst zal plaatsen, opdat je gekozen wordt. (En áls ik op de Partij van de Arbeid stem, stem ik op jou.)

Wednesday, July 19, 2006

Geloof en weten

Nog zoveel geplande bijdragen... Over Amos Oz, over Israël en Libanon, over Donner en Spruyt. Maar het is vandaag te warm. Gisteren lukte het me nog om Jürgen Habermas' Glauben und Wissen uit te lezen - over de verhouding tussen religie en wetenschap en de belangrijke "vertalende" rol die de common sense (als resultaat van publieke meningsvorming) tussen beide speelt en dient te spelen. Door Erik Borgman gerecenseerd in Zonder geloof geen democratie, het zomernummer van Christen-Democratische Verkenningen.

Saturday, July 15, 2006

De Witte Spelling II

In zijn wekelijkse taalrubriek in Trouw pleit Jaap de Berg er vandaag voor om de witte spelling tot officiële spelling te maken. Dat lijkt me echter geen goed idee. Juist door haar onafhankelijke status kan de witte spelling draagvlak verwerven en behouden. Misschien zou de spelling van een taal helemaal geen overheidszaak moeten zijn. Al ben ik wel van mening dat er een "instantie" nodig is die regels opstelt en daarmee een bepaalde mate van uniformiteit bewaakt. Waarschijnlijk maakt het niet zo veel uit wie dit doet, als het maar gebeurt in overeenstemming met het heersende "taalgevoel".

Thursday, July 13, 2006

Amos Oz

Vanavond was ik in boekhandel Verwijs in Den Haag, op zoek naar een cadeau, op de afdeling literatuur. Mijn ogen gleden langs José Saramago, Michel Houellebecq, Amos Oz. Ik herinnerde mij dat ik ergens een klein boekje besproken had gezien van Amos Oz, getiteld Hoe genees je een fanaticus? Ik verkeerde in de veronderstelling dat het besproken was onder het kopje "ramsj", had het al eerder gezocht, maar niet gevonden. Vandaag was het er, onopvallend ingeklemd tussen Oz' Een verhaal van liefde en duisternis en een andere roman van zijn hand. In het korte voorwoord van het kleine boekje schrijft Nadine Gordimer over Oz het volgende: "Hij weet ons er ... onweerlegbaar van te overtuigen dat het Israëlisch-Palestijnse conflict 'geen godsdienstoorlog [is], geen oorlog tussen culturen, geen verschil in traditie, maar heel eenvoudig een geschil over onroerend goed, over de vraag van wie het huis is.'" Hiermee gaat hij in tegen de intuïtie die ik uitte in mijn post van 6 februari jl. Al moet gezegd dat ik sprak over een verschil in "beschaving" en niet over een verschil in "cultuur". Dat zijn wellicht toch twee verschillende dingen. Hoe genees je een fanaticus? staat nu in mijn eigen boekenkast te wachten, opvallend geflankeerd door (alweer) Oz' Een verhaal van liefde en duisternis en (dat is nieuw) Orwells 1984. Overigens is het de moeite waard om een kijkje te nemen in boekhandel Verwijs - door zijn ligging in de Passage zonder enige twijfel de mooiste boekhandel van Den Haag.

Wednesday, July 12, 2006

De Witte Spelling



Vanavond in NRC Handelsblad en vanochtend al in Trouw: de witte spelling komt eraan. Half augustus verschijnt bij uitgeverij Het Spectrum Het Witte Boekje, een alternatieve spellinggids die door de al genoemde kranten zal worden gebruikt, evenals door de Volkskrant, weekbladen als Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer en ook de NOS. Terwijl Het Groene Boekje de officiële spelling bevat van de Nederlandse taal, de "staatsspelling" die is vastgesteld door de Nederlandse-Taalunie, biedt Het Witte Boekje een spelling die beter aansluit bij het taalgevoel van de taalgebruikers. Volgens de witte spelling mag "pannekoek" weer worden geschreven zonder tussen-n. Hopelijk zal deze "onafhankelijke" spelling spoedig worden omarmd door eenieder die Nederlands schrijft. Ik bestel alvast een exemplaar van Het Witte Boekje.