Saturday, October 27, 2007

Lesson II

Opnieuw de six - Jackson Park Express -, de Red Line, de Purple Line, uitstappen bij Davis. Ditmaal Davis Street in plaats van Church Street. We hebben een lunchafspraak in een visrestaurant. Ik ben tien minuten te vroeg - mijn gastheer vijf.

Bij binnenkomst herken ik hem van de foto op zijn website - hij is slanker dan in het digitale. We nemen plaats. Met belangstelling en geduld vraagt hij naar mijn project. We blijken een basisintuïtie te delen. Na een uur verplaatsen we ons op zijn voorstel naar een koffiezaak dichtbij en zetten ons gesprek geanimeerd voort. We praten niet alleen over zijn en mijn werk, maar ook over verschillen tussen de filosofische cultuur en de verhouding tussen politiek en wetenschap in Nederland en in de V.S. Zonder meer het meest stimulerende en oprechte gesprek dat ik hier tot nu toe met een hoogleraar heb gevoerd. Hij stuurt mij zijn papers, ik over enige tijd de mijne. Met een reeks verwijzingen in mijn hoofd loop ik opgewekt terug naar station Davis.

De Purple Line Express en vervolgens de six brengen mij weer van Evanston naar Hyde Park. Ik ben op tijd voor de opening van het facultaire jaar van de Committee on Social Thought, vanaf 6:30 p.m. bij de familie Lear. Hij woont niet ver. Nadat ik haar heb opgehaald, lopen we er in de stromende regen samen naartoe. Aanwezig enkele bekende namen en gezichten, de meesten ken ik nog niet. Gedurende de avond verandert dit. Warm buffet, rode wijn. Het is nog vrij vroeg wanneer iedereen weer vertrekt. Elders wordt het feest voortgezet. Rond middernacht lopen we samen naar huis. Gute Nacht, antwoord ik. Es ist Zeit für mich zu gehen.

Sunday, October 21, 2007

Downtown

Op bovenstaande foto de skyline van Chicago, gespiegeld in de silver bean van kunstenaar Anish Kapoor. Links het Aon Center, het op de Sears Tower na hoogste gebouw van de stad, spiegelbeeldig rechts het Smurfit-Stone Building, in de volksmond het Diamond Building.

De schaduw van het Hancock Center valt over Lake Michigan. De foto is genomen vanaf de hoogste verdieping van het gebouw zelf, het op twee na hoogste gebouw van de stad.













De loopbrug die de twee delen van het Wrigley Building met elkaar verbindt. De foto nam ik vanaf de binnenplaats van het gebouw:

Ten slotte de tweelingtorens van Marina City, ook wel Corncob Towers, waar je tegen de huidige wisselkoers voor achthonderd euro een studio huurt. (Voor het uitzicht bij nacht, zie A room with a view.)

Wednesday, October 17, 2007

Less safe, less free

Onder de titel The World Beyond the Headlines organiseert het International House een reeks lezingen which aims to bring scholars and journalists together to consider major international news stories and how these stories are covered.

Vanavond sprak David Cole (Professor of Law, Georgetown University) over de desastreuze gevolgen van the preventive paradigm in de Amerikaanse binnenlandse en buitenlandse politiek. Samen met Jules Lobel (eveneens Professor of Law, University of Pittsburgh) schreef hij het boek Less Safe, Less Free: Why America is Losing the War on Terror.

Hope is more the consequence of action than its cause. Whereas the experience of the spectator creates fatalism, the experience of the agent creates hope.

Deze woorden, aangehaald door Cole en afkomstig uit het boek The Future of American Progressivism van Roberto Unger en Cornel West, wil ik onthouden. De avond werd op video opgenomen en is hier als podcast te downloaden.

Monday, October 15, 2007

Devout

That's a Dutch name, isn't it? De dirigent van het University Chorus kan mijn naam meteen thuisbrengen. Hij is de eerste, want voor de meesten klinkt de lettercombinatie Duits. De Nederlandse w lijkt kennelijk meer op de Duitse vau dan op de Amerikaanse dubya.

Na afloop van mijn eerste repetitie gevolgd door een korte auditie (in die volgorde) vertelt hij me dat de klokken uit het carillion van de Rockefeller Chapel, de kerk waar de wekelijkse repetities van het universiteitskoor plaatsvinden, zojuist naar Nederland zijn verscheept voor restauratie. Bij terugkeer in het International House lees ik in de Chicago Maroon, the independent student newspaper of the University of Chicago, één van de universiteitskranten die iedere week in stapels klaarliggen in de meeste universiteitsgebouwen:

Rockefeller bells sent to Europe for restoration
Although some of the carillon's larger bells will stay in Chicago, many of the smaller ones will be sent to the Netherlands' Royal Eijsbouts, one of few companies known for its service of carillons. The company will also help with the restoration being done in Chicago. (...) "By restoring the carillon, people will be able to actually hear the bells, instead of having to imagine what they once sounded like."

Dat de Rockefeller Chapel wordt gerestaureerd, kan geen passant ontgaan: haar imposante toren staat volledig in de steigers. Volgens de Chicago Maroon werd het carillion in 1932 door John D. Rockefeller Jr. geschonken aan de kerk waarvan hij tevens sponsor en naamgever is. Een kerkgebouw naar jezelf vernoemen - in Nederland vooralsnog ondenkbaar.

De kerk wordt niet alleen gebruikt voor repetities en concerten, maar ook voor conferenties. Zo vond er afgelopen vrijdag een grote conferentie plaats over academic freedom, naar aanleiding van de weigering van DePaul University, één van de vele universiteiten in Chicagoland, om twee van haar stafleden een vaste aanstelling te geven. Eén van hen is Norman Finkelstein, meest bekend van zijn boek The Holocaust Industry. Neve Gordon van de Ben Goerion Universiteit in Israël legde de vinger op de zere plek: doordat universiteiten functioneren als bedrijven zijn ze zozeer afhankelijk geworden van sponsoren, dat het behouden en aantrekken van geldschieters van groter belang is geworden dan het behouden en aantrekken van goede wetenschappers. Met name wetenschappers die zich bezighouden met controversiële onderwerpen, zoals Finkelstein, krijgen het moeilijker. De aanwezige sprekers, onder wie Toni Judt (New York University, auteur van Postwar: A History of Europe since 1945) en John Mearsheimer (University of Chicago, co-auteur van The Israel Lobby and U.S. Foreign Policy), toonden zich zeer bezorgd over de afnemende vrijheid in het publieke debat in de Verenigde Staten, met als gevolg een toename van de druk op het laatste bastion van de vrijheid: de universiteit. Ik ben benieuwd of de Radboud Universieit Nijmegen, als partner van DePaul, iets van zich heeft laten horen. Ik hoop dat in ieder geval de Universiteit Leiden, haar gemeenschap van docenten en studenten, beseft dat zij in Nederland als praesidium liberatis, als bolwerk van de vrijheid, in dezen een bijzondere roeping heeft.

Vandaag werden de winnaars van de Nobelprijs voor de Economie bekend gemaakt. Eén van hen werkt aan de University of Chicago. Alle members of the University of Chicago community kregen vanochtend dan ook een e-mail van de president van de universiteit, Robert J. Zimmer:

Nobel Prize in Economics
I am delighted to tell you that Roger B. Myerson, the Glen A. Lloyd Distinguished Service Professor in Economics, has received the 2007 Nobel Memorial Prize in Economic Sciences. Professor Myerson was awarded the Nobel Prize jointly with Leonid Hurwicz, University of Minnesota, and Eric S. Maskin, Institute for Advanced Study, Princeton, for their work on mechanism design theory.

Nadat Zimmer ons heeft uitgelegd wat mechanism design theory inhoudt (iets met speltheorie) besluit hij zijn bericht als volgt:

Professor Myerson is part of a proud legacy at the University as he joins a list of 23 other University of Chicago faculty and alumni who have received the Nobel Memorial Prize in Economic Sciences, including five current members of our faculty.

Dankzij professor Myerson zal de University of Chicago volgend jaar wel weer een plaatsje stijgen op de ranglijst van universiteiten die ieder jaar door de universiteit van Shanghai wordt uitgebracht. De universiteit van Shanghai zelf staat ergens tussen plaats tweehonderd en driehonderd... Hoe betrouwbaar kunnen deze rankings zijn?

Ja, ik mag meezingen in het universiteitskoor. De lat ligt hoog. Tevens thuis repeteren is onvermijdelijk. We voeren Händels Messiah uit. Devout. Daar hebben we mijn ezelsbruggetje!

Friday, October 12, 2007

Monet

Michigan Avenue is de brede boulevard die het centrum van Chicago van zuid naar noord doorsnijdt. Ten noorden van de Chicago River heet ze de 'Magnificent Mile', een naam ooit verzonnen door een vastgoedhandelaar in de hoop op een self-fulfilling prophecy. De driekwart mijl biedt plaats aan vele winkels en warenhuizen, veelal gehuisvest in indrukwekkende gebouwen. Het zuidelijk deel van de avenue draagt weliswaar geen officiële bijnaam, maar is niet minder magnifiek. Niet alleen het Chicago Cultural Center (oorspronkelijk gebouwd als public library - nog steeds in de gevelstenen te herkennen) en het Chicago Symphony Center (thuishaven van het Chicago Symphony Orchestra, momenteel onder leiding van Bernard Haitink) bevinden zich hier, maar ook het Art Institute, het belangrijkste en grootste kunsthistorisch museum van Chicago. Op donderdagavond is het van 5 p.m. tot 8 p.m. gratis toegankelijk. Drommen mensen verdringen zich bij de ingang. De lange rij bij de garderobe is goed gestroomlijnd, de wachttijd valt mee, next in line, voor één dollar wordt mijn rugzak veilig opgeborgen. Meteen bestijgen we de trappen, op zoek naar de impressionisten en postimpressionisten. Naast enkele minder bekende Van Goghs vooral heel veel Monet. In zijn schilderijen een overvloed aan licht. Zie zijn Houses of Parliament of zijn Branch of the Seine Near Giverny (Mist). Bij het verlaten van het museum is de rij even lang en staan we, next in line, even snel weer buiten. Inmiddels is het donker. De stad is prachtig verlicht.

Tuesday, October 09, 2007

Autumn quarter


Gisteren schitterde de zomer voor het laatst. De lucht was strakblauw, de zon scheen volop, het was snikheet en benauwd. Vandaag was de lucht nog immer strakblauw en scheen de zon nog even volop, maar de temperatuur is aangenaam en de bladeren beginnen te vallen. Het is herfst. Het autumn quarter is nu écht begonnen. De eerste zestien dagen van mijn verblijf zitten er op. De resterende dagen zullen snel gaan.

Veel dagen heb ik benut om een bezoek te brengen aan de Seminary Coop Bookstore. Ook na het drie-uurs seminar politieke theologie vanmiddag ben ik er binnengelopen. Deze cooperatieve boekhandel, gevestigd in de kelders van het Chicago Theological Seminary, heeft een enorme collectie, vooral op het gebied van de humaniora en de sociale wetenschappen. Nadat je je rugzak bij de ingang hebt afgegeven, mag je naar binnen. Het is alsof je een crypte betreedt. Een doolhof van compleet gevulde boekenkasten. Geen ruimte is onbenut gelaten. Middenin de boekhandel staat een grote tafel met een ruime selectie recent verschenen boeken, die iedere dag wordt aangepast, bijgevuld en herschikt. Geen bezoek is hetzelfde. Acht planken Plato. Nu de euro anderhalve daalder waard is...

Saturday, October 06, 2007

Lesson

Hyde Park, vrijdagmiddag, tien over twaalf. Ik stap op de six, de bus die rechtstreeks downtown rijdt, waar ik, even zoeken, overstap op de Red Line richting het noorden van de stad, eerst ondergronds, dan bovengronds, het treinstel bereikt met horten en stoten station Howard, de twintigste halte en eindpunt, de Purple Line vertrekt vanaf de andere kant van het perron en brengt mij nog vier haltes noordelijker, tot station Davis, waar ik uitstap. Evanston, diezelfde middag, tien over twee. Ik text mijn beoogd voice teacher dat ik een kwartier later kom.

De gemeente Chicago steekt naar verhouding maar half zoveel geld in het plaatselijk openbaar vervoer als de gemeente New York. Achterstallig onderhoud zorgt voor veel vertragingen. Moest ik dit traject iedere vrijdag afleggen, dan kom ik op deze dag aan weinig anders meer toe dan schommelend lezen zonder te kunnen schrijven.

Hij wil me begeleiden, met alle genoegen. Maar eerst zoekt hij naar een even geschikte docent bij mij in de buurt, of desnoods downtown. Op de terugweg een geluk: het is rush hour. De Purple Line rijdt rechtstreeks door naar het centrum en stopt slechts twaalf keer.

Thursday, October 04, 2007

'We are trying to seduce our audience'

Wanneer spreken we van een belangrijke gebeurtenis? Afgemeten aan de grote aantallen mensen die vanavond op de lezing van Richard Dawkins afkwamen, was er sprake van een gebeurtenis van formaat.

Dawkins - als hoogleraar public understanding of science verbonden aan Oxford University, niet te verwarren met Bas Haring, als hoogleraar 'publiek begrip van wetenschap' (wie was eerst?) verbonden aan de Universiteit Leiden - sprak over het onderwerp van zijn nieuwste boek: The God Delusion. Dat wil zeggen, hij sprak over de pas in januari te verschijnen paperback-uitgave die een voorwoord bevat waarin hij ingaat op de belangrijkste kritieken die de vorig jaar verschenen hardback-uitgave te verduren heeft gekregen. Pech voor de mensen die zojuist bij de ter plekke ingerichte boekenkraam de oude editie hadden aangeschaft.

Dawkins richt zijn pijlen primair op individuen die zich, vrijwillig of niet, blijven verontschuldigen voor hun atheïstische geaardheid: I'm an atheist, but... Hij pleit voor een heuse atheïstenemancipatie, naar het voorbeeld van de homo- en vrouwenemancipatie. Ongelovigen hebben eeuwenlang moeten zuchten onder het oorlogszuchtige juk van gelovigen. Uit zijn powerpoint-presentatie blijkt wie hij met de laatsten bedoelt: Osama Bin Laden en ayatollah Khomeini. Paul Tillich en Dietrich Bonhoeffer zijn niet representatief genoeg. Het zijn de aantallen die ertoe doen.

Onze fervente voorvechter van atheïsten-emancipatie hanteert twee wapens (als je ze zo mag noemen): reason, science, evidence (daartussen maakt hij geen onderscheid) en, als dominant stijlmiddel, spot (waarvan hij veelvuldig gebruikt maakt, maar waarvan hij de cruciale functie voor de overtuigingskracht van zijn betoog niet thematiseert).

Do you expect your method to be convincing? vraagt iemand uit het publiek. Dawkins geeft toe dat hij niet verwacht dat zijn werk veel effect zal ressorteren, politically. De redenen hiervoor maakt hij niet expliciet, maar laten zich raden. Iemand die gelooft in de Openbaring zal niet snel overtuigd raken door wetenschappelijke argumenten. Wat blijft er dan nog over? We are trying to seduce our audience. Kennelijk verwacht hij dat gelovigen wier diepste overtuigingen bij voortduring worden geridiculiseerd, geneigd zijn om zich open te stellen voor een serieuze gedachtenwisseling.

Dawkins preekt voor eigen parochie. Grote aantallen mensen hebben zich vanavond kostelijk vermaakt. Ik woonde een belangrijk evenement bij.

The Laundry Room

Het International House is een enorm gebouw met allerlei gangen, zalen en trappenhuizen. Beneden in de kelder bevinden zich verschillende faciliteiten, waaronder de Laundry Room. Een warme, muffe ruimte met tientallen wasmachines en drogers. Eén dollar per wasbeurt, één dollar per droogbeurt. Automatisch af te schrijven van je Chicago Card. Tenzij je tweemaal vier quarters bij de hand hebt. De kamer is verder van alle gemakken voorzien: een tafel, stoelen, zelfs een televisie. Do you mind if I watch the television? No problem, ik lees er wel doorheen.

Jonathan Lear, Radical Hope: Ethics in the Face of Cultural Devastation. Een wijsgerig-antropologisch werk over de vraag hoe je moet omgaan met de mogelijkheid dat je cultuur of beschaving kan verdwijnen, uitsterven, worden vernietigd. Aanleiding zijn de woorden van Plenty Coups, de laatste chief van de Crow-indianen: ... when the buffalo went away the hearts of my people fell to the ground, and they could not lift them up again. After this nothing happened. Wat betekent het, te zeggen dat er niets meer gebeurde?

Na zesendertig minuten wassen en zestig minuten drogen zit mijn tijd in de wasruimte erop. Have a good night.

Sunday, September 30, 2007

Metaphysical studies

Dat het begrip 'metafysica' tegenwoordig geen goede reputatie heeft, noch binnen, noch buiten het vakgebied van de filosofie, is genoegzaam bekend. Zo is er in heel Nederland nog maar één leerstoel metafysica over, en wel aan mijn alma mater, de katholieke Radboud Universiteit Nijmegen. Ik was dan ook verrast om in boekhandel Borders, aan State Avenue, tegenover de sectie philosophy een hele rij boekenkasten aan te treffen onder de titel metaphysical studies. Is de eerste filosofie aan een heropstandig begonnen? Of heeft ze in de Nieuwe Wereld haar wetenschappelijke status nooit verloren? Een blik op enkele boekruggen hielp mij al snel uit de droom. Ook hier staat filosofie netjes tegenover esoterie.

Crescat scientia vita excolatur

Neme de wetenschap toe, zo worde het leven verrijkt. Of iets wat daarop lijkt. De lijfspreuk van de University of Chicago prijkt in grote letters op de voorgevel van haar universiteitsbibliotheek, de Regenstein Library. Het duurde even voor ik het woord excolatur precies kon thuisbrengen, maar het is verwant aan het woord colere (verzorgen, bebouwen, vereren), waarvan het woord 'cultuur' is afgeleid. Een voller motto dan praesidium libertatis, de lijfspreuk van de Universiteit Leiden, maar of alle wetenschap een verrijking of letterlijk een 'veredeling' van het leven is? De studenten hier schijnen ervan overtuigd te zijn, want ze doen niets anders dan studeren.

Voorheen was de Regenstein Library vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week geopend. Inmiddels zijn de openingstijden bekort, om de studenten te dwingen om 's nachts iets anders te doen dan wéér tussen de boeken te zitten. Maar ook de nieuwe openingstijden zijn nog steeds een verademing in vergelijking met de Nederlandse universiteitsbibliotheken: door de week van acht uur 's ochtends tot één uur 's nachts en in het weekend van acht uur 's ochtends tot tien uur 's avonds. Een ander groot voordeel is dat alle boeken en tijdschriften (met uitzondering van de bijzondere collecties) in open opstelling staan. Je hoeft nooit te wachten op een boek en op de plank kun je nog eens een titel ontdekken die je niet kende. Tassen, etenswaren, zelfs de beker thee die je zojuist in het door studenten gerunde bibliotheekcafé Ex libris hebt gekocht, alles mag mee naar binnen. Niet morsen.

Friday, September 28, 2007

A room with a view

Vandaag werd ik door mijn beschermheer wegwijs gemaakt in downtown Chicago. Overweldigend, ook omdat ik de kans kreeg om een studio te bezoeken in één van de torens van Marina City, een karakteristiek appartementencomplex uit 1967 ontworpen door Bertrand Goldberg. Wie dacht dat alleen Hagenaars hun torens tooien met toepasselijke bijnamen als het IJspaleis (het spierwitte Stadhuis), de Vulpen (de puntige Hoftoren) of, plastischer, de Twee Tieten (Castalia, twee ferme zadeldaken), heeft het mis. De eenenzestig verdiepingen tellende torens hebben de vorm van maïskolven en heten daarom ook wel de Corncob Towers. Het uitzicht vanaf het balkon:

Thursday, September 27, 2007

'Welcome to Chicago' II

Eergisteren verkeerde ik toch echt in de veronderstelling dat ik door één handeling te verrichten meteen overal stond ingeschreven, maar kennelijk was dit niet het geval. De secretaresse van de Committee on Social Thought (nu echt - gisteren bleek ik me alleen bij de Division of Social Sciences te hebben aangemeld) heette me hartelijk welkom in Chicago. Ze waren al ongerust geworden: 'Waar blijft die jongen?' Meteen heb ik kennis gemaakt met mijn contactpersoon of begeleider alhier, Nathan Tarcov. Een vriendelijke man die me goed wegwijs kon maken.

's Avonds vond er een orientation plaats in het International House. Een gratis maaltijd en een rondleiding door het enorme complex. Ik heb meteen maar besloten zoveel mogelijk tijd buiten deze kloosterachtige omgeving door te brengen. De campus van de University of Chicago is een veel aangenamer plek. Veel groen, veel bankjes, genoeg plekken om een bagel met kaas te eten (hoewel, kaas...) onder het genot van een cafe latte (small uiteraard, hetgeen voor Nederlandse begrippen op zijn minst nog medium is), terwijl even verder de eekhoorns schichtig over het grasperk schieten.

De Committee on Social Thought (in Foster Hall, het gebouw achteraan op de foto) is onderdeel van de Division of Social Sciences; dat is een soort superfaculteit der sociale wetenschappen. Volgens de coordinator die verantwoordelijk was voor mijn komst naar Chicago is het Committee ooit opgericht om tegenwicht te bieden tegen de neiging tot toenemende specialisatie in de klassieke Departments, zoals Political Science en Philosophy. Het begrip social thought betekent volgens hem niets, maar is eerder een excuus om te kunnen doen wat je wilt. Er worden dan ook cursussen aangeboden over uiteenlopende onderwerpen, van world poetry tot de sociologische bestudering van religie. In Nederland zouden we eerder spreken van een interdisciplinair 'centrum' of 'instituut'. De meeste stafleden zijn tevens benoemd aan een Department, in de meeste gevallen aan wijsbegeerte of politicologie. Ook de studenten zijn veelal dubbelvakkers. Misschien een goed idee, een Leids Centrum voor Sociaal Denken? Ook in het Nederlands zegt deze term immers niet zoveel...

Tuesday, September 25, 2007

'Welcome to Chicago'

Vanaf nu sta ik als visiting student ingeschreven bij de Committee on Social Thought. De uiterst vriendelijke dame werkzaam bij de administratie heette me officieel welkom. Ze maande me niet alleen vooral hard te werken, maar zeker ook "our city" te verkennen.

Vanmiddag woonde ik mijn eerste college bij. De keuze was niet gemakkelijk, maar doordat ik de collegezaal net op tijd vond, kon ik aanschuiven bij het seminar van John McCormick over politieke theologie bij Carl Schmitt en een aantal van zijn tijdgenoten, zoals Benjamin en Strauss. Het onderwerp van dit college sluit het beste aan bij mijn dissertatie. Ik laat Martha Nussbaum nu schieten, die op hetzelfde tijdstip college geeft over onderwijsfilosofie. Ze zal het me niet kwalijk nemen. Het college van McCormick heeft de vorm van een graduate seminar. Ruim twintig studenten in carré, zeer goed voorbereid, welbespraakt, niet bang om iets te zeggen, scherp, intelligent en to the point, drie uur zonder pauze, geen gegeeuw, geen verveelde blikken op klokken, horloges of mobiele telefoons. Dit heb ik in Nederland nooit meegemaakt. Maar laat ik hier niet over doorgaan, want ieder ophemelen van de Amerikaanse universiteit leidt in Nederland, vertaald in beleid en bureaucratie, tot Britse toestanden. En dan heb ik het niet over Oxford en Cambridge.

Over Oxford en Cambridge gesproken, de campus van de University of Chicago is grotendeels opgetrokken in neogotische stijl. Zie hier een foto van het International House, waar ik verblijf:

Monday, September 24, 2007

'Welkom in de Winderige Stad'

Na een vlucht van bijna negen uur, een shuttlerit van een uur en een douche van een kwartier zit ik vanuit mijn nog kale kamer ingeplugd en wel mijn weblog bij te werken. Vanuit de shuttle heb ik in de verte de Sears Tower al kunnen zien. Het is hier zes uur 's avonds - in Nederland bijna één uur 's nachts. Nog even wakker blijven dus.

'Welcome to the Windy City' werd er in het vliegtuig omgeroepen. Chicago heeft vele bijnamen, waarvan dit de bekendste is. Het ligt voor de hand om te denken dat deze naam refereert aan de straffe wind die vanaf Lake Michigan de stad in waait, of - minder voor de hand liggend - aan de kennelijk fameuze winderigheid waaraan de bewoners van deze stad lijden. Geen van beide is waar. De naam verwijst naar de holle frasen en loze beloften van negentiende-eeuwse lokale politici. Wind dus.

Saturday, September 22, 2007

DOORSTART

Het laatste bericht op dit weblog dateert van 29 augustus 2006. Inmiddels zijn we ruim een jaar verder. Een goede blogger plaatst op gezette tijden nieuwe berichten, die in lengte bij voorkeur beperkt zijn. De komende drie maanden verblijf ik aan de University of Chicago. Een mooie aanleiding om dit weblog nieuw leven in te blazen.

Tuesday, August 29, 2006

Thursday, July 27, 2006

"Versailles"

Verschillende recensies gelezen, door een vriendin aangeraden gekregen, gisteren dan eindelijk gezien: Marie Antoinette, de nieuwste film van Sophia Coppola, regisseuse van onder andere Lost in Translation. Op een enkele uitzondering na waren de recensenten het erover eens dat dit niet de beste film van Sophia Coppola is. Belangrijkste verwijt: de film is anachronistisch. Mij lijkt dat nu juist de kracht.

Marie Antoinette, voortreffelijk gespeeld door Kirsten Dunst, komt over als een zelfverzekerde vrouw die zich schijnbaar moeiteloos aanpast aan het milieu waarin ze terechtkomt. Versailles wordt neergezet als een decadent hof waar iedereen door iedereen wordt bekeken, iedereen over iedereen praat, zowel onschuldig als grimmig, vooral over Marie Antoinette, die als Oostenrijkse prinses een troonopvolger moet “produceren” voor Frankrijk. Wanneer ze in de Hofopera aan het einde van de voorstelling tegen de traditie in begint te klappen, krijgt ze na enige tijd iedereen mee. Maar wanneer ze in de Parijse opera hetzelfde doet, moet ze haar applaus staken. Versailles weet ze te veroveren - Frankrijk niet. En dat ondanks het feit dat ze na enige tijd een mannelijke troonopvolger “produceert” - waarmee ze haar belangrijkste plicht heeft vervuld. Ze schikt zich in haar lot. Samen met haar man geven ze zich over aan het Franse volk, dat hun na de bestorming van de Bastille woedend opwacht.

Hoewel de kostuums schitterend zijn, is deze film geen kostuumdrama. De soundtrack met overwegend jaren ‘80-muziek maakt Marie Antoinette tot een metafoor voor ónze tijd. Overvloed, roddel, verveling: we leven in één groot Versailles. Ook het buitenvervlijf dat Marie Antoinette op een gegeven moment krijgt, maakt daarvan onderdeel uit. De imitatie van het landleven bevestigt de afwezigheid ervan.

Denk bij het zien van Versailles van Sophia Coppola aan een willekeurige universiteitsstad in Nederland, waar studerenden en werkenden zich vervelen en vermaken - veel drinken, veel eten, veel spelen, uit en thuis - door voortdurend op elkaar te letten, voortdurend over elkaar te praten - wie doet het met wie? - nu eens is de sfeer onschuldig, dan weer grimmig.

Onlangs verscheen van de hand van Christiaan Weijts, medewerker van het Leidse universiteitsblad Mare en voormalig student Nederlands aan de Leidse universiteit, de roman art.285b. Het boek werd zonder uitzondering positief ontvangen. Op 28 juli verscheen in de Groene Amsterdammer een eerste meer kritische bespreking onder de titel ‘Get a life’, door recensent Kees ‘t Hart. Het zielige van de hoofdpersoon van Weijts’ boek is het zielige van de bewoners van Versailles. Maar waar Sophia Coppola haar Marie Antoinette gevoel voor ironie en tragiek meegeeft, blijft Christiaan Weijts’ alter ego Sebastiaan Steijn zelfgenoegzaam hangen in cynisme en onverschilligheid. ‘t Hart waarschuwt: ”Alles is opgelegd ernstig, cynisch en zwartgallig. Is dit de Nederlandse Houellebecq? Of een nieuwe Grunberg? Nog lang niet, daarvoor is er in de held te veel ijdelheid en te weinig wanhoop voelbaar.” (p. 41) Die wanhoop voelen we bij Marie Antoinette wel. En zonder die wanhoop lijkt me een ontsnapping of overgave aan ieder Versailles onmogelijk.

Tuesday, July 25, 2006

Digitaal nihilisme?


In het artikel 'Digitale Nihilisten?' in de meest recente aflevering (73) van het Duitstalige tijdschrift Lettre International legt Geert Lovink uit waarom bloggen dikwijls als een nihilistische bezigheid wordt beschouwd. Voor zover blogs getuigen van "Netzzynismus" en "Exhibitionismus" zijn het volgens hem uitingen van de drang om gehoord te worden, de wil om te zeggen wat je denkt en voelt, de noodzaak zelfs om de waarheid te zeggen: "Es ist ein unmittelbarer Drang zur Replik, der Wille, gehört zu werden, um mit den anderen da draußen zusammen zu sein." Dit doet mij denken aan Richard Rorty's beschrijving van de ironicus. Waarom spreekt de één over cynisme en de ander over ironie? Wat hebben beide met nihilisme te maken?

In dit nummer tevens een interessant artikel van Slavoj Zizek over atheïsme. (En wat dat dan weer met nihilisme te maken heeft?)

Monday, July 24, 2006

Wim Quist, Rijksbouwmeester 1974-1979

Naar aanleiding van de tentoonstelling “200 jaar Rijksbouwmeester” in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) te Rotterdam zendt de AVRO een serie portretten uit van de laatste zes Rijksbouwmeesters. De eerste uitzending was gewijd aan Wim Quist, in functie van 1974 tot 1979. In deze uitzending bijzondere aandacht voor het Leidse Witte Singel / Doelencomplex, waar de alfa-faculteiten en de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Leiden gevestigd zijn. Zelf ben ik hier werkzaam aan de Faculteit der Wijsbegeerte.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat er een universiteitsbibliotheek kwam met een hele hoge toren die boven de stad Leiden zou uitrijzen. Quist heeft dit voorkomen. Hij zegt er het volgende over: “…in die tijd waren wij van mening dat je niet zomaar een te grootschalig element tussen kleinschalige en broze gebouwen neer kunt zetten. Wat mijn opvatting toen was, en eigenlijk nog steeds, is dat ik geen voorstander ben van historiserend bouwen. Ik vind dat je in je eigen tijd je vak kunt uitoefenen en dat je dat alle ruimte moet geven. Maar met respect voor de omgeving en voor de maat en de schaal van die omgeving en het functioneren uiteraard van die gebouwen.” Op locatie, terwijl hij uitkijkt op de Universiteitsbibliotheek (Bart van Kasteel) en de gebouwen daarnaast (Joop van Stigt), zegt Quist: “…met de middelen van de eigen tijd…is er iets neergezet wat op een hele markante wijze zich invoegt in de bestaande omgeving en die de omgeving als het ware weer oppakt, en zich niet misdraagt, als hier sta ik de architectuur te zijn, maar zich gedraagt. En dat is een vorm van beschaving.”

Ook spreekt Quist over de gekleurde glasplaten (Jan van Goethem) die in het Lipsiusgebouw hangen. De interviewster vraagt hem: “Waarom is het belangrijk, kunst in openbare gebouwen?” Quist antwoordt: “Omdat het je aan het denken zet. En je kan niet genoeg gestimuleerd worden om na te denken over de kwaliteit van het bestaan.”

Met Quists uitgangspunten kan ik instemmen. Maar of juist déze gebouwen een geslaagde toepassing zijn van deze uitgangspunten? Bovendien dient de kwaliteit van een gebouw ook te worden afgemeten aan de tevredenheid van de gebruikers. Als ervaringsdeskundige kan ik zeggen dat ik toch liever in één van de negentiende-eeuwse panden “in de bestaande omgeving” zou werken dat tussen het betongrijs en donkerbruin uit de jaren zeventig.

Wie meer wil weten over de gebouwen van de Universiteit Leiden kan het volgende boek raadplegen: Vier eeuwen geschiedenis in steen. Universitaire gebouwen in Leiden, Univeriteit Leiden, 2005. Uit dit boek blijkt dat de stramienmaat van de Universiteitsbibliotheek en de gebouwen daarnaast willekeurig gekozen is: “…het is de kleinste parkeermaat voor drie auto’s. De architecten konden geen andere referentie bedenken, ze waren allemaal even goed en even slecht. ‘Boeken passen overal.’” (p. 61). Als dit geen zwaktebod is…