Friday, November 30, 2007

Schrijven en lezen

The Committee on Social Thought organiseert ieder quarter een aantal lunchbijeenkomsten, waar stafleden zichzelf presenteren aan collega's en PhD students. Gisteren was het de beurt aan de dichter Adam Zagajewski, writer in residence. Met ingehouden humor en een zwaar Pools accent (I used to read Sartre, but I regret it now) vertelt hij over de vlucht van zijn familie vanuit Lwiv (destijds Pools, daarvoor Oostenrijks, tegenwoordig Oekraïens) naar het huidige Polen.

People were in love with the cities that they were forced to leave. How can you return to a lost city? If it's lost it's lost.

Hij schreef er een essay over, genaamd 'Two Cities'. In een ander essay, genaamd 'Conversation between a poet and a philosopher', komt de aloude quarrel between poetry and philosophy aan bod. Zagajewski studeerde filosofie in Krakou, bij de fenomenoloog Roman Ingarden, maar besloot dat hij geen hoogleraar filosofie wilde worden, maar dichter. Niettemin beschouwt hij zichzelf in zekere zin nog steeds als filosoof, zij het geen beroepsmatige.

You have a different language.

Hij legt uit dat zijn lezers zijn werk lezen zoals hij het zelf nooit zal kunnen lezen, zoals een ander je altijd anders ziet dan jijzelf, zelfs iedere spiegel spiegelt je anders voor, in iedere hotelkamer ben je iemand anders.

You wanted to ask a question. U lijkt uzelf te presenteren als een schrijver en niet als een lezer, althans niet van uw eigen werk. Maar mij dunkt dat u niet kunt ontkennen dat u tijdens het schrijven uw eigen werk leest. Hoe onderscheidt deze vorm van lezen zich van de vorm van lezen van uw lezers?

Tijdens het schrijven van een gedicht, wanneer het nog warm en malleable is, like iron in a fire, heb ik een warm reading. Later, wanneer het gedicht perfected is, begint een cold reading.

Especially when there is an audience, kan een gedicht weer warm worden, it gets back to almost the same temperature en komt weer tot leven.

Soms is een gedicht in drie dagen geschreven. Dat zijn de beste. Soms gaan er jaren overheen.

Meestal vergeet hij dat een Engelstalige vertaling van zijn gedichten niet origineel is. Ieder gedicht heeft een ziel, en die ziel overstijgt de taal waarin het gesteld is.

Wanneer iemand hem vraagt wat hij leest, antwoordt hij dat het gemakkelijker is om te zeggen wie hij niet leest: Kant. Toen hij jong was las hij de existentialisten: Nietzsche, Kierkegaard, Sartre, Heidegger. Hij gaf de voorkeur aan de modernen boven de ouden. Maar nu leest hij Plato.

No comments: