Na een verwarrende ervaring vandaag tussen 12 en 1:20 p.m., bezocht ik vanavond opnieuw de Lyric Opera, opnieuw met haar. Richard Strauss, Die Frau ohne Schatten. Het contrast met Händels Giulio Cesare kon niet groter zijn. Geen slapstick, geen kitch - op het witte paard, de witte reuzehand en de witte paraplu na dan. Adembenemende aria's van Christine Brewer als de vrouw van de verver en Franz Hawlata als haar man Barak. De choreografie was geënt op klassiek ballet, de setting sprookjesachtig kleurrijk met zwierende zijden doeken en ingetogen met lichtbollen en -buizen. De akoestiek was uitstekend - dit kwam vermoedelijk doordat we dieper in de zaal zaten en doordat het orkest voor deze opera veel groter is dan voor de vorige.
Niettemin leek het publiek niet geamuseerd. Toen de voorstelling begon was de zaal voor driekwart vol - toen de voorstelling was afgelopen was de zaal nog maar voor de helft gevuld. In de twee pauzes en meteen na afloop verlieten mensen de zaal. Gelukkig bleef de enthousiaste helft over om de zangers, spelers en musici te belonen met een luid applaus, dat de te grote zaal (of beter: hall) toch niet helemaal kon vullen. Is Strauss in vergelijking met Händel niet toegankelijk genoeg? Eist het publiek meer witte paarden, witte reuzehanden en witte paraplu's? Het moest lachen om de goudgekleurde schone jongeling en zoekt en ziet entertainment waar het niet is. Het spel kon niet worden onderbroken: applaus tussendoor bleef ons ditmaal bespaard.
Ze gebruikt het woord Gesamtkunstwerk. We zijn verkocht.
No comments:
Post a Comment