Wednesday, November 07, 2007

Voor de wet

Kafka prijkt deze week op de kaft van de Groene Amsterdammer - mijn wekelijkse papieren connectie met Nederland. Aan diens parabel Voor de wet moest ik denken toen ik een maand geleden voor het eerst kennismaakte met de achtentachtigjarige bewaker van de archieven. Op zijn hoede, sceptisch, streng.

Bij lezing en herlezing van Kafka's korte verhaal heb ik mij altijd gestoord aan de berustende houding van de man van het platteland, die zijn bewaker maar niet durft te trotseren en blijft wachten voor de poort. De poort die voor hem bestemd was.

Nadat ik een nauwkeurige brief had opgesteld, heb ik geoefend in geduld. Vandaag toog ik voor de tweede maal naar de deurwachter. Ik trof een ander mens. Vertrouwen schenkend, vriendelijk, zelfs een beetje breekbaar. Ter plekke tekende hij zijn toestemming aan op mijn brief. Ik ben hem dankbaar. Hij biedt zijn excuses aan voor de kou van Chicago en wenst me good luck.

Je wordt geacht de wet te kennen, maar je kent hem pas zodra je hem kennelijk hebt overtreden.

2 comments:

Bruno said...

dat Wout,

Mooi blog... Belangrijker lijkt mij de vraag of de wetsdienaren zelf de wet wel kennen. Pas als ze deze overtreden? Maar qui custodet custodes?

Wout Cornelissen said...

Waarvoor dank. Van een rechtgeaarde liberaal had ik deze vraag kunnen verwachten. Ook dienders worden geacht te wet te kennen. De vraag is wat het verband is tussen de feitelijke onmogelijkheid om de wet te kennen (vanwege een te grote en onoverzichtelijke toename van regels) en de metafysische onmogelijkheid om de wet te kennen (condition humaine).