Het verhaal is vrij eenvoudig. Hercules, die getrouwd is met Deïanira, is verliefd op het meisje Iole, die op haar beurt verliefd is op Hyllus, de zoon van Hercules. De liefde tussen Iole en Hyllus is wederzijds. De godin Venus schiet Hercules te hulp en zorgt ervoor dat Iole tóch verliefd wordt op Hercules. De godin Iuno - beschermster van het huwelijk - kiest juist de kant van Deïanira. Ze zingt:
Maar een opgedrongen liefde
geeft geen vreugde aan het hart.
Liefde is alleen van waarde
als zij ons door de hemel wordt geschonken.
Als de liefde niet spontaan is,
gebaseerd op echt gevoel,
is ze even weinig waard
als een geschenk van iemand die ons haat.
Al wordt er mooi gezongen, de muziek van "de opvolger van Monteverdi" ontroert geen moment. De enscenering acht ik al te Amerikaans: teveel opsmuk, teveel te zien, slapstick die kennelijk onmisbaar wordt geacht. De held Hercules wordt in zijn plastic spierenpak een lachwekkende figuur. Zijn zoon Hyllus op gympen in korte broek clownesk. Helaas krijgt de opera hierdoor meer komische dan tragische trekken. Terwijl Hercules wel degelijk tevens een tragische figuur is, bijvoorbeeld wanneer hij Venus toezingt:
Toch lijkt nu deze langbegeerde liefde
die u mij heeft beloofd
van minder grote waarde,
nu ik, helaas, besef
dat haar voleindiging
niet uit de hemel daalt
maar uit het rijk der onderwereld oprijst.
In de pauze in de rij voor een drankje raken we in gesprek. Verwijzingen naar Hercules' werken hield ik voor overbodige drukte. Er ontstaat consensus: de muziek niet bijzonder, de enscenering overdreven. Voorlopig. Na de pauze wordt het allemaal beter, mede omdat de dramatiek haar hoogtepunt bereikte. Als wordt vernomen dat Hyllus zich in zee heeft gestort - niet wetende dat Iuno hem heeft gered - dreigen Deïanira en Iole zichzelf van het leven te beroven. Licus - de bediende van Deïanira - smeedt echter een plan om Hercules zijn trouw voor zijn echtgenote te doen hervinden. Gedrieën zingen Deïanira, Iole en Licus:
Een klein vleugje hoop,
al is het een leugen
brengt vaak weer wat leven
in angstige harten
Het enige applaus dat tijdens de voorstelling kort klinkt, sterft snel uit. Mooi zijn de vele koorpartijen - met als mooiste die door de dansende schimmen in het Dodenrijk:

Als Hercules denkt dat hij eindelijk met Iole verenigd zal worden, blijkt het gewaad dat hij aantrekt hem te doen sterven. Licus zingt: Mijn plan was slim, maar ook veel drastischer dan ik gedacht had. Iedereen rouwt - van 't westen tot de oriënt. Komt het nog goed? Ja. In de hemel trouwt Hercules met de Schoonheid zelf. Denk aan Plato's Symposium. Ten slotte zingen allen in koor:
Een mens die lijdt, verdient tot slot genade.
De hemel biedt hem plaats voor zijn triomfen.
Had ik deze opera niet liever met haar bijgewoond? En gaandeweg de avond bekroop mij het gevoel...
No comments:
Post a Comment