Wednesday, November 14, 2007

Dagen

Het weer was de afgelopen dagen milder. De herfst geeft zich nog niet gewonnen. Bladeren in bonte kleuren. Vanmorgen in korte broek en t-shirt langs de Midway Plaisance hardgelopen ter wekelijkse vervanging van de dagelijkse fietsminuten die ik in Den Haag maakte, vanmiddag zonder wollen trui naar het achtste college in een reeks van tien.

De dagen worden steeds korter. Om half vijf is het helemaal donker. Voor extra energie zal ik vroeger moeten opstaan.

Saturday, November 10, 2007

Drawing the line

Met mijn drinkebroer van Duke woonde ik vanavond een sabbatsviering bij in de synagoge van de Kam Isaiah Israel Congregation aan South Greenwood Avenue. Na de liturgie van rechts naar links te hebben meegelezen wordt de dienst afgesloten met het lied 'Lo yisa goy' (Jesaja 2:4):

Nation shall not lift up sword against nation
Neither shall they learn war anymore

De keuze voor juist dít lied was niet toevallig. Michael Walzer was te gast, die de Fourth Annual Rabbi Hayim Goren Perelmuter Memorial Award kreeg uitgereikt in recognition of his renowned scholarship in political theory and moral philosophy. Hij hield een lezing onder de titel 'Terrorism and just war'. Volgens hem op het eerste gezicht een ongepast onderwerp voor een sabbatsviering. Niettemin: You may not be interested in war, but war is interested in you. You may not be interested in terrorism, but terrorism is interested in you.

What is wrong with terrorism? What are the problems with the war against terrorism? Het is niet de terminologie. Het is normaal om in de politiek gebruik te maken van militaire metaforen. Campagnes, strategieën, strijd. Terrorisme is de moord op willekeurige onschuldige mensen in de hoop dat er een staat van collectieve angst ontstaat. Walzer gelooft niet dat terrorisme ooit gerechtvaardigd kan zijn. Hoogstens in uitzonderingsgevallen kan het worden vergeven. Eenieder heeft het recht op leven, eenieder heeft het recht om te leven waar hij of zij leeft. De gedachte dat een bepaalde identiteit als zodanig iemand al schuldig maakt, moet op morele gronden worden verworpen. Terroristen proberen een volk collectief schuldig te maken. Door bestrijders van terrorisme daarentegen zou schuld als iets individueels moeten worden behandeld. Dit betekent dat de aloude line tussen combattanten en burgers moet worden bewaakt.

Maar, denk ik: Who draws the line? En: Who are we to draw the line?

Antwoord: We look for lines that we can draw. Bijvoorbeeld de grens tussen combattanten en niet-combattanten, tussen niet-conventionele wapens en conventionele wapens. Terroristen doen alsof alle burgers soldaten zijn, medeplichtig.

Opnieuw: We look for lines that we can draw. All major traditions make the distinction between combattants and non-combattants. Het morele punt is dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen wat mensen doen in the act of fighting en wat mensen doen in andere situaties. Tegen de totaliserende tendens van het terrorisme.

Ik concludeer dat wij mensen behoefte hebben aan grenzen, limits, lines. Maar wáár de lijn getrokken wordt, is omstreden. In naam van de grens worden oorlogen uitgevochten. Ook in naam van Walzers grens. Desnoods door middel van terreur?

Wednesday, November 07, 2007

Voor de wet

Kafka prijkt deze week op de kaft van de Groene Amsterdammer - mijn wekelijkse papieren connectie met Nederland. Aan diens parabel Voor de wet moest ik denken toen ik een maand geleden voor het eerst kennismaakte met de achtentachtigjarige bewaker van de archieven. Op zijn hoede, sceptisch, streng.

Bij lezing en herlezing van Kafka's korte verhaal heb ik mij altijd gestoord aan de berustende houding van de man van het platteland, die zijn bewaker maar niet durft te trotseren en blijft wachten voor de poort. De poort die voor hem bestemd was.

Nadat ik een nauwkeurige brief had opgesteld, heb ik geoefend in geduld. Vandaag toog ik voor de tweede maal naar de deurwachter. Ik trof een ander mens. Vertrouwen schenkend, vriendelijk, zelfs een beetje breekbaar. Ter plekke tekende hij zijn toestemming aan op mijn brief. Ik ben hem dankbaar. Hij biedt zijn excuses aan voor de kou van Chicago en wenst me good luck.

Je wordt geacht de wet te kennen, maar je kent hem pas zodra je hem kennelijk hebt overtreden.

Tuesday, November 06, 2007

In the beginning was the deed

Na, you know, de roezen en, like, katers and what not van de afgelopen weken ben ik weer in de realiteit beland. En buiten is het koud. Gelukkig ligt er troost op de tentoonstellingstafel van de Seminary Co-op Bookstore: Weimar Germany: Promise and Tragedy van Eric D. Weitz en Thinking Politically: Essays in Political Theory van Michael Walzer. Het eerste eindelijk en het tweede meteen aangeschaft.

Weitz' boek is prettige achtergrondliteratuur bij de cursus over Weimar political theology die ik volg. Naast hondsmoeilijke maar inspirerende teksten van Rosenzweig, Buber en Benjamin een ontspannende afwisseling. Tijdens de bijeenkomst vanmiddag heb ik mijn mond maar weer eens open gedaan. Zoals het hoort. Op het programma stond onder meer Walter Benjamins Kritik der Gewalt (weliswaar in het Engels: Critique of Violence). We kwamen verder - ik had een gevoel van voldoening. Discussiëren: tegelijkertijd doen en denken. John McCormick vergat de tijd.

Het boek van Walzer is een collectie eerder verschenen essays gebundeld rond een thema dat een rode draad vormt in mijn interesse en onderzoek: de verhouding tussen waarheid en democratie, tussen filosofie en politiek, tussen denken en doen. Walzer is inmiddels met emeritaat. Hij is aan het Institute for Advanced Study te Princeton opgevolgd door Danielle Allen, die gelukkig nog voor een dag in de week aan de University of Chicago verbonden blijft. Het thema van Walzers essaybundel doet denken aan een postuum gebundelde reeks essays van die andere filosoof: Bernard Williams, onder de titel In the Beginning was the Deed.

De helft van het autumn quarter zit erop, en daarmee ook de eerste helft van mijn verblijf in the Windy City. De winter kondigt zich aan. Geen zon meer. Geen koorzang meer. Geen katers meer. Het speelkwartier is over. Back to reality.

Monday, November 05, 2007

Lesson III

Na de vele taxiritten van dit weekend vandaag weer het inmiddels gebruikelijke recept: 11.30 a.m. buslijn six, Red Line, Purple Line, ditmaal uitstappen bij Foster, één station verder dan Davis. Scott Hall bevindt zich aan een lange brede laan met verschillende andere gebouwen van Northwestern University. De wind blaast de bladeren van de bomen. Het is koud. De winter is op komst.

De hoogleraar met wie ik om 2 p.m. een afspraak heb rondt eerst haar email af, zodat ze daar tijdens het gesprek niet meer aan hoeft te denken. Ik herinner haar er eerst aan wie ik ook al weer ben en waarvoor ik ook al weer kom. Duidelijkheid. We voeren een uur lang een boeiend gesprek naar aanleiding van haar laatst gepubliceerde paper op basis waarvan we haar hebben uitgenodigd om in april volgend jaar in Nederland te komen spreken. Haar interesse wordt verder gewekt wanneer ik haar vertel welke politieke gebeurtenis de aanleiding vormt voor deze conferentie waarbij zij als keynote speaker zal optreden. Hoe de relevantie van een Nederlandse constitutionele patstelling duidelijk te maken aan een Canadese die al jaren in de V.S. werkzaam is. Mission accomplished. We zien beiden uit naar de conferentie.

Zodra ze begrijpt dat ik in Hyde Park woon, besluiten we een volgende keer (mocht die ervan komen) downtown af te spreken. Dat scheelt mij veel tijd. Purple Line, Red Line, six. De schemer zet in.

Privé-concert II

Gisteren woonden we de repetities bij van het Civic Orchestra onder leiding van Bernard Haitink. Van één van haar bevriende orkestleden kregen we vrijkaartjes voor vanavond. Vanaf de main floor in het midden van een uitverkochte zaal luisterden we naar Beethovens Leonore en naar Sjostakovitsj' Tiende Symfonie. Deze 'optimistische tragedie' (Andrei Volkonski) beleefde na de dood van Stalin in 1953 haar wereldpremière. Beheerst en intens (we kijken hem recht op de rug) maakt Haitink dat het jonge orkest een enorme hoeveelheid energie de zaal in stuwt. De ovatie na afloop staand. In de catacomben van het Symphony Center complimenteert ze hem. Ik kijk toe en knik.

Eten, keten. Taxi. Drie op een rij: celliste, violiste, ik. Voor ten, maar we zijn niet van plan langer dan een half uur te blijven, goed dan five dollars per persoon salsa bij Buzz. Taxi. Meer dan een half uur later.

De Pakistaanse chauffeur laat me voorin zitten. Vertrouwen. Hij vervoert driehonderd verschillende mensen per dag, twaalf uur op een dag, zeven dagen in de week, al vijftien jaar. Soms is het veel, maar hij houdt van zijn werk. Zijn kinderen kunnen naar de universiteit.

Saturday, November 03, 2007

Privé-concert

Van haar broer wist ik van haar bestaan, ik sprak haar aan bij de gate van bij toeval hetzelfde vliegtuig naar Chicago, waar zij overstapte en ik bleef. Gisteravond trad ze er op, zij viool en hij piano, in de gastvrije huiskamer van de Nederlandse consul-generaal. Mozart, Herea (world premiere), Sarasate, Massenet, Tsjaikovski en als encore Gluck. Gevoelig, krachtig. Haar een eer: evenals iedereen muisstil luisterde achterin Neêrlands meest gevierde dirigent aandachtig mee.

Sunday, October 28, 2007

Ich und Du

He makes very difficult reading. He evidently did not wish to be read quickly, once only, for information. He tried to slow the reader down, to force him to read many sentences and paragraphes again, even to read the whole book more than once.

Aldus Walter Kaufmann in zijn inleiding tot het door hem vertaalde Ich und Du van Martin Buber. Kaufmann kiest voor het plechtige I and Thou als titel, maar vertaalt du gelukkig met you in de rest van de tekst. Buber gaat, zelfs in het Engels, een gesprek aan met de lezer.

Het boek is verplichte leesstof voor het seminar 'Carl Schmitt and Weimar political theology', de enige course die ik dit quarter volg. Studenten, van tweedejaars undergraduate tot derdejaars graduate, krijgen iedere week zo'n vierhonderd bladzijden politieke en niet-politieke theologie te verstouwen. Franz Rosenzweigs in Engelse vertaling vierhonderdvierentwintig pagina's tellende The Star of Redemption werd vorige week in een noodtempo behandeld. Niet meer dan een oppervlakkige lezing was mogelijk. Maar omdat studenten gewend zijn en geacht worden om altijd toch maar iets te zeggen (daar worden ze op 'afgerekend'), werd er toch over deze diepzinnige tekst gediscussiëerd. Als Kaufmann over Buber gelijk heeft, en dat heeft hij, zal het volgende week niet anders gaan. Kwantiteit gaat ten koste van kwaliteit.

Saturday, October 27, 2007

Lesson II

Opnieuw de six - Jackson Park Express -, de Red Line, de Purple Line, uitstappen bij Davis. Ditmaal Davis Street in plaats van Church Street. We hebben een lunchafspraak in een visrestaurant. Ik ben tien minuten te vroeg - mijn gastheer vijf.

Bij binnenkomst herken ik hem van de foto op zijn website - hij is slanker dan in het digitale. We nemen plaats. Met belangstelling en geduld vraagt hij naar mijn project. We blijken een basisintuïtie te delen. Na een uur verplaatsen we ons op zijn voorstel naar een koffiezaak dichtbij en zetten ons gesprek geanimeerd voort. We praten niet alleen over zijn en mijn werk, maar ook over verschillen tussen de filosofische cultuur en de verhouding tussen politiek en wetenschap in Nederland en in de V.S. Zonder meer het meest stimulerende en oprechte gesprek dat ik hier tot nu toe met een hoogleraar heb gevoerd. Hij stuurt mij zijn papers, ik over enige tijd de mijne. Met een reeks verwijzingen in mijn hoofd loop ik opgewekt terug naar station Davis.

De Purple Line Express en vervolgens de six brengen mij weer van Evanston naar Hyde Park. Ik ben op tijd voor de opening van het facultaire jaar van de Committee on Social Thought, vanaf 6:30 p.m. bij de familie Lear. Hij woont niet ver. Nadat ik haar heb opgehaald, lopen we er in de stromende regen samen naartoe. Aanwezig enkele bekende namen en gezichten, de meesten ken ik nog niet. Gedurende de avond verandert dit. Warm buffet, rode wijn. Het is nog vrij vroeg wanneer iedereen weer vertrekt. Elders wordt het feest voortgezet. Rond middernacht lopen we samen naar huis. Gute Nacht, antwoord ik. Es ist Zeit für mich zu gehen.

Sunday, October 21, 2007

Downtown

Op bovenstaande foto de skyline van Chicago, gespiegeld in de silver bean van kunstenaar Anish Kapoor. Links het Aon Center, het op de Sears Tower na hoogste gebouw van de stad, spiegelbeeldig rechts het Smurfit-Stone Building, in de volksmond het Diamond Building.

De schaduw van het Hancock Center valt over Lake Michigan. De foto is genomen vanaf de hoogste verdieping van het gebouw zelf, het op twee na hoogste gebouw van de stad.













De loopbrug die de twee delen van het Wrigley Building met elkaar verbindt. De foto nam ik vanaf de binnenplaats van het gebouw:

Ten slotte de tweelingtorens van Marina City, ook wel Corncob Towers, waar je tegen de huidige wisselkoers voor achthonderd euro een studio huurt. (Voor het uitzicht bij nacht, zie A room with a view.)

Wednesday, October 17, 2007

Less safe, less free

Onder de titel The World Beyond the Headlines organiseert het International House een reeks lezingen which aims to bring scholars and journalists together to consider major international news stories and how these stories are covered.

Vanavond sprak David Cole (Professor of Law, Georgetown University) over de desastreuze gevolgen van the preventive paradigm in de Amerikaanse binnenlandse en buitenlandse politiek. Samen met Jules Lobel (eveneens Professor of Law, University of Pittsburgh) schreef hij het boek Less Safe, Less Free: Why America is Losing the War on Terror.

Hope is more the consequence of action than its cause. Whereas the experience of the spectator creates fatalism, the experience of the agent creates hope.

Deze woorden, aangehaald door Cole en afkomstig uit het boek The Future of American Progressivism van Roberto Unger en Cornel West, wil ik onthouden. De avond werd op video opgenomen en is hier als podcast te downloaden.

Monday, October 15, 2007

Devout

That's a Dutch name, isn't it? De dirigent van het University Chorus kan mijn naam meteen thuisbrengen. Hij is de eerste, want voor de meesten klinkt de lettercombinatie Duits. De Nederlandse w lijkt kennelijk meer op de Duitse vau dan op de Amerikaanse dubya.

Na afloop van mijn eerste repetitie gevolgd door een korte auditie (in die volgorde) vertelt hij me dat de klokken uit het carillion van de Rockefeller Chapel, de kerk waar de wekelijkse repetities van het universiteitskoor plaatsvinden, zojuist naar Nederland zijn verscheept voor restauratie. Bij terugkeer in het International House lees ik in de Chicago Maroon, the independent student newspaper of the University of Chicago, één van de universiteitskranten die iedere week in stapels klaarliggen in de meeste universiteitsgebouwen:

Rockefeller bells sent to Europe for restoration
Although some of the carillon's larger bells will stay in Chicago, many of the smaller ones will be sent to the Netherlands' Royal Eijsbouts, one of few companies known for its service of carillons. The company will also help with the restoration being done in Chicago. (...) "By restoring the carillon, people will be able to actually hear the bells, instead of having to imagine what they once sounded like."

Dat de Rockefeller Chapel wordt gerestaureerd, kan geen passant ontgaan: haar imposante toren staat volledig in de steigers. Volgens de Chicago Maroon werd het carillion in 1932 door John D. Rockefeller Jr. geschonken aan de kerk waarvan hij tevens sponsor en naamgever is. Een kerkgebouw naar jezelf vernoemen - in Nederland vooralsnog ondenkbaar.

De kerk wordt niet alleen gebruikt voor repetities en concerten, maar ook voor conferenties. Zo vond er afgelopen vrijdag een grote conferentie plaats over academic freedom, naar aanleiding van de weigering van DePaul University, één van de vele universiteiten in Chicagoland, om twee van haar stafleden een vaste aanstelling te geven. Eén van hen is Norman Finkelstein, meest bekend van zijn boek The Holocaust Industry. Neve Gordon van de Ben Goerion Universiteit in Israël legde de vinger op de zere plek: doordat universiteiten functioneren als bedrijven zijn ze zozeer afhankelijk geworden van sponsoren, dat het behouden en aantrekken van geldschieters van groter belang is geworden dan het behouden en aantrekken van goede wetenschappers. Met name wetenschappers die zich bezighouden met controversiële onderwerpen, zoals Finkelstein, krijgen het moeilijker. De aanwezige sprekers, onder wie Toni Judt (New York University, auteur van Postwar: A History of Europe since 1945) en John Mearsheimer (University of Chicago, co-auteur van The Israel Lobby and U.S. Foreign Policy), toonden zich zeer bezorgd over de afnemende vrijheid in het publieke debat in de Verenigde Staten, met als gevolg een toename van de druk op het laatste bastion van de vrijheid: de universiteit. Ik ben benieuwd of de Radboud Universieit Nijmegen, als partner van DePaul, iets van zich heeft laten horen. Ik hoop dat in ieder geval de Universiteit Leiden, haar gemeenschap van docenten en studenten, beseft dat zij in Nederland als praesidium liberatis, als bolwerk van de vrijheid, in dezen een bijzondere roeping heeft.

Vandaag werden de winnaars van de Nobelprijs voor de Economie bekend gemaakt. Eén van hen werkt aan de University of Chicago. Alle members of the University of Chicago community kregen vanochtend dan ook een e-mail van de president van de universiteit, Robert J. Zimmer:

Nobel Prize in Economics
I am delighted to tell you that Roger B. Myerson, the Glen A. Lloyd Distinguished Service Professor in Economics, has received the 2007 Nobel Memorial Prize in Economic Sciences. Professor Myerson was awarded the Nobel Prize jointly with Leonid Hurwicz, University of Minnesota, and Eric S. Maskin, Institute for Advanced Study, Princeton, for their work on mechanism design theory.

Nadat Zimmer ons heeft uitgelegd wat mechanism design theory inhoudt (iets met speltheorie) besluit hij zijn bericht als volgt:

Professor Myerson is part of a proud legacy at the University as he joins a list of 23 other University of Chicago faculty and alumni who have received the Nobel Memorial Prize in Economic Sciences, including five current members of our faculty.

Dankzij professor Myerson zal de University of Chicago volgend jaar wel weer een plaatsje stijgen op de ranglijst van universiteiten die ieder jaar door de universiteit van Shanghai wordt uitgebracht. De universiteit van Shanghai zelf staat ergens tussen plaats tweehonderd en driehonderd... Hoe betrouwbaar kunnen deze rankings zijn?

Ja, ik mag meezingen in het universiteitskoor. De lat ligt hoog. Tevens thuis repeteren is onvermijdelijk. We voeren Händels Messiah uit. Devout. Daar hebben we mijn ezelsbruggetje!

Friday, October 12, 2007

Monet

Michigan Avenue is de brede boulevard die het centrum van Chicago van zuid naar noord doorsnijdt. Ten noorden van de Chicago River heet ze de 'Magnificent Mile', een naam ooit verzonnen door een vastgoedhandelaar in de hoop op een self-fulfilling prophecy. De driekwart mijl biedt plaats aan vele winkels en warenhuizen, veelal gehuisvest in indrukwekkende gebouwen. Het zuidelijk deel van de avenue draagt weliswaar geen officiële bijnaam, maar is niet minder magnifiek. Niet alleen het Chicago Cultural Center (oorspronkelijk gebouwd als public library - nog steeds in de gevelstenen te herkennen) en het Chicago Symphony Center (thuishaven van het Chicago Symphony Orchestra, momenteel onder leiding van Bernard Haitink) bevinden zich hier, maar ook het Art Institute, het belangrijkste en grootste kunsthistorisch museum van Chicago. Op donderdagavond is het van 5 p.m. tot 8 p.m. gratis toegankelijk. Drommen mensen verdringen zich bij de ingang. De lange rij bij de garderobe is goed gestroomlijnd, de wachttijd valt mee, next in line, voor één dollar wordt mijn rugzak veilig opgeborgen. Meteen bestijgen we de trappen, op zoek naar de impressionisten en postimpressionisten. Naast enkele minder bekende Van Goghs vooral heel veel Monet. In zijn schilderijen een overvloed aan licht. Zie zijn Houses of Parliament of zijn Branch of the Seine Near Giverny (Mist). Bij het verlaten van het museum is de rij even lang en staan we, next in line, even snel weer buiten. Inmiddels is het donker. De stad is prachtig verlicht.

Tuesday, October 09, 2007

Autumn quarter


Gisteren schitterde de zomer voor het laatst. De lucht was strakblauw, de zon scheen volop, het was snikheet en benauwd. Vandaag was de lucht nog immer strakblauw en scheen de zon nog even volop, maar de temperatuur is aangenaam en de bladeren beginnen te vallen. Het is herfst. Het autumn quarter is nu écht begonnen. De eerste zestien dagen van mijn verblijf zitten er op. De resterende dagen zullen snel gaan.

Veel dagen heb ik benut om een bezoek te brengen aan de Seminary Coop Bookstore. Ook na het drie-uurs seminar politieke theologie vanmiddag ben ik er binnengelopen. Deze cooperatieve boekhandel, gevestigd in de kelders van het Chicago Theological Seminary, heeft een enorme collectie, vooral op het gebied van de humaniora en de sociale wetenschappen. Nadat je je rugzak bij de ingang hebt afgegeven, mag je naar binnen. Het is alsof je een crypte betreedt. Een doolhof van compleet gevulde boekenkasten. Geen ruimte is onbenut gelaten. Middenin de boekhandel staat een grote tafel met een ruime selectie recent verschenen boeken, die iedere dag wordt aangepast, bijgevuld en herschikt. Geen bezoek is hetzelfde. Acht planken Plato. Nu de euro anderhalve daalder waard is...

Saturday, October 06, 2007

Lesson

Hyde Park, vrijdagmiddag, tien over twaalf. Ik stap op de six, de bus die rechtstreeks downtown rijdt, waar ik, even zoeken, overstap op de Red Line richting het noorden van de stad, eerst ondergronds, dan bovengronds, het treinstel bereikt met horten en stoten station Howard, de twintigste halte en eindpunt, de Purple Line vertrekt vanaf de andere kant van het perron en brengt mij nog vier haltes noordelijker, tot station Davis, waar ik uitstap. Evanston, diezelfde middag, tien over twee. Ik text mijn beoogd voice teacher dat ik een kwartier later kom.

De gemeente Chicago steekt naar verhouding maar half zoveel geld in het plaatselijk openbaar vervoer als de gemeente New York. Achterstallig onderhoud zorgt voor veel vertragingen. Moest ik dit traject iedere vrijdag afleggen, dan kom ik op deze dag aan weinig anders meer toe dan schommelend lezen zonder te kunnen schrijven.

Hij wil me begeleiden, met alle genoegen. Maar eerst zoekt hij naar een even geschikte docent bij mij in de buurt, of desnoods downtown. Op de terugweg een geluk: het is rush hour. De Purple Line rijdt rechtstreeks door naar het centrum en stopt slechts twaalf keer.

Thursday, October 04, 2007

'We are trying to seduce our audience'

Wanneer spreken we van een belangrijke gebeurtenis? Afgemeten aan de grote aantallen mensen die vanavond op de lezing van Richard Dawkins afkwamen, was er sprake van een gebeurtenis van formaat.

Dawkins - als hoogleraar public understanding of science verbonden aan Oxford University, niet te verwarren met Bas Haring, als hoogleraar 'publiek begrip van wetenschap' (wie was eerst?) verbonden aan de Universiteit Leiden - sprak over het onderwerp van zijn nieuwste boek: The God Delusion. Dat wil zeggen, hij sprak over de pas in januari te verschijnen paperback-uitgave die een voorwoord bevat waarin hij ingaat op de belangrijkste kritieken die de vorig jaar verschenen hardback-uitgave te verduren heeft gekregen. Pech voor de mensen die zojuist bij de ter plekke ingerichte boekenkraam de oude editie hadden aangeschaft.

Dawkins richt zijn pijlen primair op individuen die zich, vrijwillig of niet, blijven verontschuldigen voor hun atheïstische geaardheid: I'm an atheist, but... Hij pleit voor een heuse atheïstenemancipatie, naar het voorbeeld van de homo- en vrouwenemancipatie. Ongelovigen hebben eeuwenlang moeten zuchten onder het oorlogszuchtige juk van gelovigen. Uit zijn powerpoint-presentatie blijkt wie hij met de laatsten bedoelt: Osama Bin Laden en ayatollah Khomeini. Paul Tillich en Dietrich Bonhoeffer zijn niet representatief genoeg. Het zijn de aantallen die ertoe doen.

Onze fervente voorvechter van atheïsten-emancipatie hanteert twee wapens (als je ze zo mag noemen): reason, science, evidence (daartussen maakt hij geen onderscheid) en, als dominant stijlmiddel, spot (waarvan hij veelvuldig gebruikt maakt, maar waarvan hij de cruciale functie voor de overtuigingskracht van zijn betoog niet thematiseert).

Do you expect your method to be convincing? vraagt iemand uit het publiek. Dawkins geeft toe dat hij niet verwacht dat zijn werk veel effect zal ressorteren, politically. De redenen hiervoor maakt hij niet expliciet, maar laten zich raden. Iemand die gelooft in de Openbaring zal niet snel overtuigd raken door wetenschappelijke argumenten. Wat blijft er dan nog over? We are trying to seduce our audience. Kennelijk verwacht hij dat gelovigen wier diepste overtuigingen bij voortduring worden geridiculiseerd, geneigd zijn om zich open te stellen voor een serieuze gedachtenwisseling.

Dawkins preekt voor eigen parochie. Grote aantallen mensen hebben zich vanavond kostelijk vermaakt. Ik woonde een belangrijk evenement bij.

The Laundry Room

Het International House is een enorm gebouw met allerlei gangen, zalen en trappenhuizen. Beneden in de kelder bevinden zich verschillende faciliteiten, waaronder de Laundry Room. Een warme, muffe ruimte met tientallen wasmachines en drogers. Eén dollar per wasbeurt, één dollar per droogbeurt. Automatisch af te schrijven van je Chicago Card. Tenzij je tweemaal vier quarters bij de hand hebt. De kamer is verder van alle gemakken voorzien: een tafel, stoelen, zelfs een televisie. Do you mind if I watch the television? No problem, ik lees er wel doorheen.

Jonathan Lear, Radical Hope: Ethics in the Face of Cultural Devastation. Een wijsgerig-antropologisch werk over de vraag hoe je moet omgaan met de mogelijkheid dat je cultuur of beschaving kan verdwijnen, uitsterven, worden vernietigd. Aanleiding zijn de woorden van Plenty Coups, de laatste chief van de Crow-indianen: ... when the buffalo went away the hearts of my people fell to the ground, and they could not lift them up again. After this nothing happened. Wat betekent het, te zeggen dat er niets meer gebeurde?

Na zesendertig minuten wassen en zestig minuten drogen zit mijn tijd in de wasruimte erop. Have a good night.

Sunday, September 30, 2007

Metaphysical studies

Dat het begrip 'metafysica' tegenwoordig geen goede reputatie heeft, noch binnen, noch buiten het vakgebied van de filosofie, is genoegzaam bekend. Zo is er in heel Nederland nog maar één leerstoel metafysica over, en wel aan mijn alma mater, de katholieke Radboud Universiteit Nijmegen. Ik was dan ook verrast om in boekhandel Borders, aan State Avenue, tegenover de sectie philosophy een hele rij boekenkasten aan te treffen onder de titel metaphysical studies. Is de eerste filosofie aan een heropstandig begonnen? Of heeft ze in de Nieuwe Wereld haar wetenschappelijke status nooit verloren? Een blik op enkele boekruggen hielp mij al snel uit de droom. Ook hier staat filosofie netjes tegenover esoterie.

Crescat scientia vita excolatur

Neme de wetenschap toe, zo worde het leven verrijkt. Of iets wat daarop lijkt. De lijfspreuk van de University of Chicago prijkt in grote letters op de voorgevel van haar universiteitsbibliotheek, de Regenstein Library. Het duurde even voor ik het woord excolatur precies kon thuisbrengen, maar het is verwant aan het woord colere (verzorgen, bebouwen, vereren), waarvan het woord 'cultuur' is afgeleid. Een voller motto dan praesidium libertatis, de lijfspreuk van de Universiteit Leiden, maar of alle wetenschap een verrijking of letterlijk een 'veredeling' van het leven is? De studenten hier schijnen ervan overtuigd te zijn, want ze doen niets anders dan studeren.

Voorheen was de Regenstein Library vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week geopend. Inmiddels zijn de openingstijden bekort, om de studenten te dwingen om 's nachts iets anders te doen dan wéér tussen de boeken te zitten. Maar ook de nieuwe openingstijden zijn nog steeds een verademing in vergelijking met de Nederlandse universiteitsbibliotheken: door de week van acht uur 's ochtends tot één uur 's nachts en in het weekend van acht uur 's ochtends tot tien uur 's avonds. Een ander groot voordeel is dat alle boeken en tijdschriften (met uitzondering van de bijzondere collecties) in open opstelling staan. Je hoeft nooit te wachten op een boek en op de plank kun je nog eens een titel ontdekken die je niet kende. Tassen, etenswaren, zelfs de beker thee die je zojuist in het door studenten gerunde bibliotheekcafé Ex libris hebt gekocht, alles mag mee naar binnen. Niet morsen.