Tuesday, August 29, 2006

Thursday, July 27, 2006

"Versailles"

Verschillende recensies gelezen, door een vriendin aangeraden gekregen, gisteren dan eindelijk gezien: Marie Antoinette, de nieuwste film van Sophia Coppola, regisseuse van onder andere Lost in Translation. Op een enkele uitzondering na waren de recensenten het erover eens dat dit niet de beste film van Sophia Coppola is. Belangrijkste verwijt: de film is anachronistisch. Mij lijkt dat nu juist de kracht.

Marie Antoinette, voortreffelijk gespeeld door Kirsten Dunst, komt over als een zelfverzekerde vrouw die zich schijnbaar moeiteloos aanpast aan het milieu waarin ze terechtkomt. Versailles wordt neergezet als een decadent hof waar iedereen door iedereen wordt bekeken, iedereen over iedereen praat, zowel onschuldig als grimmig, vooral over Marie Antoinette, die als Oostenrijkse prinses een troonopvolger moet “produceren” voor Frankrijk. Wanneer ze in de Hofopera aan het einde van de voorstelling tegen de traditie in begint te klappen, krijgt ze na enige tijd iedereen mee. Maar wanneer ze in de Parijse opera hetzelfde doet, moet ze haar applaus staken. Versailles weet ze te veroveren - Frankrijk niet. En dat ondanks het feit dat ze na enige tijd een mannelijke troonopvolger “produceert” - waarmee ze haar belangrijkste plicht heeft vervuld. Ze schikt zich in haar lot. Samen met haar man geven ze zich over aan het Franse volk, dat hun na de bestorming van de Bastille woedend opwacht.

Hoewel de kostuums schitterend zijn, is deze film geen kostuumdrama. De soundtrack met overwegend jaren ‘80-muziek maakt Marie Antoinette tot een metafoor voor ónze tijd. Overvloed, roddel, verveling: we leven in één groot Versailles. Ook het buitenvervlijf dat Marie Antoinette op een gegeven moment krijgt, maakt daarvan onderdeel uit. De imitatie van het landleven bevestigt de afwezigheid ervan.

Denk bij het zien van Versailles van Sophia Coppola aan een willekeurige universiteitsstad in Nederland, waar studerenden en werkenden zich vervelen en vermaken - veel drinken, veel eten, veel spelen, uit en thuis - door voortdurend op elkaar te letten, voortdurend over elkaar te praten - wie doet het met wie? - nu eens is de sfeer onschuldig, dan weer grimmig.

Onlangs verscheen van de hand van Christiaan Weijts, medewerker van het Leidse universiteitsblad Mare en voormalig student Nederlands aan de Leidse universiteit, de roman art.285b. Het boek werd zonder uitzondering positief ontvangen. Op 28 juli verscheen in de Groene Amsterdammer een eerste meer kritische bespreking onder de titel ‘Get a life’, door recensent Kees ‘t Hart. Het zielige van de hoofdpersoon van Weijts’ boek is het zielige van de bewoners van Versailles. Maar waar Sophia Coppola haar Marie Antoinette gevoel voor ironie en tragiek meegeeft, blijft Christiaan Weijts’ alter ego Sebastiaan Steijn zelfgenoegzaam hangen in cynisme en onverschilligheid. ‘t Hart waarschuwt: ”Alles is opgelegd ernstig, cynisch en zwartgallig. Is dit de Nederlandse Houellebecq? Of een nieuwe Grunberg? Nog lang niet, daarvoor is er in de held te veel ijdelheid en te weinig wanhoop voelbaar.” (p. 41) Die wanhoop voelen we bij Marie Antoinette wel. En zonder die wanhoop lijkt me een ontsnapping of overgave aan ieder Versailles onmogelijk.

Tuesday, July 25, 2006

Digitaal nihilisme?


In het artikel 'Digitale Nihilisten?' in de meest recente aflevering (73) van het Duitstalige tijdschrift Lettre International legt Geert Lovink uit waarom bloggen dikwijls als een nihilistische bezigheid wordt beschouwd. Voor zover blogs getuigen van "Netzzynismus" en "Exhibitionismus" zijn het volgens hem uitingen van de drang om gehoord te worden, de wil om te zeggen wat je denkt en voelt, de noodzaak zelfs om de waarheid te zeggen: "Es ist ein unmittelbarer Drang zur Replik, der Wille, gehört zu werden, um mit den anderen da draußen zusammen zu sein." Dit doet mij denken aan Richard Rorty's beschrijving van de ironicus. Waarom spreekt de één over cynisme en de ander over ironie? Wat hebben beide met nihilisme te maken?

In dit nummer tevens een interessant artikel van Slavoj Zizek over atheïsme. (En wat dat dan weer met nihilisme te maken heeft?)

Monday, July 24, 2006

Wim Quist, Rijksbouwmeester 1974-1979

Naar aanleiding van de tentoonstelling “200 jaar Rijksbouwmeester” in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) te Rotterdam zendt de AVRO een serie portretten uit van de laatste zes Rijksbouwmeesters. De eerste uitzending was gewijd aan Wim Quist, in functie van 1974 tot 1979. In deze uitzending bijzondere aandacht voor het Leidse Witte Singel / Doelencomplex, waar de alfa-faculteiten en de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Leiden gevestigd zijn. Zelf ben ik hier werkzaam aan de Faculteit der Wijsbegeerte.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat er een universiteitsbibliotheek kwam met een hele hoge toren die boven de stad Leiden zou uitrijzen. Quist heeft dit voorkomen. Hij zegt er het volgende over: “…in die tijd waren wij van mening dat je niet zomaar een te grootschalig element tussen kleinschalige en broze gebouwen neer kunt zetten. Wat mijn opvatting toen was, en eigenlijk nog steeds, is dat ik geen voorstander ben van historiserend bouwen. Ik vind dat je in je eigen tijd je vak kunt uitoefenen en dat je dat alle ruimte moet geven. Maar met respect voor de omgeving en voor de maat en de schaal van die omgeving en het functioneren uiteraard van die gebouwen.” Op locatie, terwijl hij uitkijkt op de Universiteitsbibliotheek (Bart van Kasteel) en de gebouwen daarnaast (Joop van Stigt), zegt Quist: “…met de middelen van de eigen tijd…is er iets neergezet wat op een hele markante wijze zich invoegt in de bestaande omgeving en die de omgeving als het ware weer oppakt, en zich niet misdraagt, als hier sta ik de architectuur te zijn, maar zich gedraagt. En dat is een vorm van beschaving.”

Ook spreekt Quist over de gekleurde glasplaten (Jan van Goethem) die in het Lipsiusgebouw hangen. De interviewster vraagt hem: “Waarom is het belangrijk, kunst in openbare gebouwen?” Quist antwoordt: “Omdat het je aan het denken zet. En je kan niet genoeg gestimuleerd worden om na te denken over de kwaliteit van het bestaan.”

Met Quists uitgangspunten kan ik instemmen. Maar of juist déze gebouwen een geslaagde toepassing zijn van deze uitgangspunten? Bovendien dient de kwaliteit van een gebouw ook te worden afgemeten aan de tevredenheid van de gebruikers. Als ervaringsdeskundige kan ik zeggen dat ik toch liever in één van de negentiende-eeuwse panden “in de bestaande omgeving” zou werken dat tussen het betongrijs en donkerbruin uit de jaren zeventig.

Wie meer wil weten over de gebouwen van de Universiteit Leiden kan het volgende boek raadplegen: Vier eeuwen geschiedenis in steen. Universitaire gebouwen in Leiden, Univeriteit Leiden, 2005. Uit dit boek blijkt dat de stramienmaat van de Universiteitsbibliotheek en de gebouwen daarnaast willekeurig gekozen is: “…het is de kleinste parkeermaat voor drie auto’s. De architecten konden geen andere referentie bedenken, ze waren allemaal even goed en even slecht. ‘Boeken passen overal.’” (p. 61). Als dit geen zwaktebod is…

Thursday, July 20, 2006

Essays, filosofisch, enigszins


Onlangs verschenen: Stukwerk van Geerten Meijsing. Ondertitel: Enigszins filosofische essays. In een interview met Meijsing in een uitzending van De avonden noemt de interviewer dit een bescheiden ondertitel. Meijsing antwoordt: "Zou jij een boek dat als titel had Filosofische essays niet een beetje wantrouwen? Bovendien, ik ben geen filosoof, en in mijn familie is er wel een filosoof, mijn kleine zusje die doceert filosofie, dus ik moet heel voorzichtig zijn. Maar het is natuurlijk... Het neemt iets terug, het is een manier om een bepaald soort gedetacheerdheid uit te drukken, afstand die je genomen hebt. Ik babble ook wat in de filosofie. Ik ben... Het is geen echte filosofie natuurlijk. Daarom... Het is een beetje een ironische titel." Dat laatste kan ook niet anders. Plato is één van de denkers en schrijvers die door de (niet geheel toevallig in Syracuse woonachtige) Meijsing wordt bewonderd. En Plato was, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, een meester in de ironie.

Denkers als Ad Verbrugge en Andreas Kinneging zijn minder bescheiden en noemden hun bundels respectievelijk Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift en Geografie van goed en kwaad. Filosofische essays. Geen spoor van ironie in deze titels. In de werken zelf trouwens ook niet.

Leuk aan het boek van Meijsing is dat er tussen de tekst door illustraties staan afgedrukt. Ik bespeur hier een nieuwe tendens. Bij mijn weten is Peter Sloterdijk ermee begonnen: zijn Sferen-trilogie bevat verschillende afbeeldingen. Zo wordt de zeggingskracht van de tekst afgewisseld met de geheel andere zeggingskracht van het beeld.

"Wouter ziet me niet zo zitten"

Vanochtend in Trouw: een kort interview met Godelieve van Heteren, Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, onder de kop "Van Heteren: Denkers horen ook in de Kamer". Voordat ze in 2003 lid werd van de Tweede Kamer, werkte ze als universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze ambieert een tweede termijn als kamerlid. Maar of ze op de lijst zal komen? De teneur van het artikel is toch dat Wouter Bos er niet van houdt om al te kritische denkers binnen zijn fractie te hebben. Van Heteren: "...Wouter ziet me niet zo zitten. Hij vindt dat ik een denktank op moet richten, of directeur van de Balie worden." De aanvankelijke openheid die heerste onder Bos, lijkt nu verdwenen: "Hij haalde de kritiek binnen in de PvdA. Dat was goed. Maar nu is het kritische elan eruit. Iedereen is weer vooral bezig met posities." Hier klinkt toch enige teleurstelling door... Is het een klassiek geval van de botsing tussen de vita activa en de vita contemplativa? De onverenigbaarheid van een meer beschouwende instelling met het vak van politicus? Of gaat het hier "gewoon" om machtspolitiek? Een politiek leider die liefst zoveel mogelijk ja-knikkers om zich heen verzamelt?

Persoonlijke noot: toen ik een jaar geleden zelf twijfelde tussen politiek en wetenschap, heb ik daarover met Godelieve van Heteren gepraat. Zij raadde me ten stelligste af om vóór mijn veertigste de politiek in te gaan. Ik zou eerst "de echte wereld" moeten verkennen. Inmiddels werk ik al bijna een jaar in de wetenschap, maar heb nou niet het gevoel dat die onderdeel uitmaakt van "de echte wereld". Maar misschien bestaat "de echte wereld" ook helemaal niet. Althans niet echt.

Overigens is het me opgevallen dat Wouter Bos zich zelden positief uitlaat over wetenschappers, denkers, intellectuelen. Terwijl hij zelf cum laude is afgestudeerd in twee wetenschappen (economie en politicologie) en voorbestemd leek voor een wetenschappelijke carrière. Maar in zijn boek Dit land kan zoveel beter schrijft hij: "Ik vond de universiteit niet inspirerend. Het gonsde op de gangen niet echt van ambitie. Er liepen te veel mensen rond die volgens mij nauwelijks iets presteerden." (p. 27). Tijdens een lezing die Bos onlangs hield aan de Leidse universiteit in het kader van de promotie van zijn boek liet hij zich ontvallen dat academici zichzelf niet zo belangrijk moesten vinden. (Reden voor of gevolg van het door de PvdA voorgestelde nieuwe studiefinancieringsstelsel...?)

Ik begin toch te vermoeden dat denkers Wouter Bos confronteren met zijn eigen, niet verwezenlijkte wetenschappelijke talent. Het lijkt me van belang dat er in die fractiekamer iemand aanwezig is die Wouters andere ik weerspiegelt. Daarom, Godelieve, hoop ik dat je partij je hoog op de kandidatenlijst zal plaatsen, opdat je gekozen wordt. (En áls ik op de Partij van de Arbeid stem, stem ik op jou.)

Wednesday, July 19, 2006

Geloof en weten

Nog zoveel geplande bijdragen... Over Amos Oz, over Israël en Libanon, over Donner en Spruyt. Maar het is vandaag te warm. Gisteren lukte het me nog om Jürgen Habermas' Glauben und Wissen uit te lezen - over de verhouding tussen religie en wetenschap en de belangrijke "vertalende" rol die de common sense (als resultaat van publieke meningsvorming) tussen beide speelt en dient te spelen. Door Erik Borgman gerecenseerd in Zonder geloof geen democratie, het zomernummer van Christen-Democratische Verkenningen.

Saturday, July 15, 2006

De Witte Spelling II

In zijn wekelijkse taalrubriek in Trouw pleit Jaap de Berg er vandaag voor om de witte spelling tot officiële spelling te maken. Dat lijkt me echter geen goed idee. Juist door haar onafhankelijke status kan de witte spelling draagvlak verwerven en behouden. Misschien zou de spelling van een taal helemaal geen overheidszaak moeten zijn. Al ben ik wel van mening dat er een "instantie" nodig is die regels opstelt en daarmee een bepaalde mate van uniformiteit bewaakt. Waarschijnlijk maakt het niet zo veel uit wie dit doet, als het maar gebeurt in overeenstemming met het heersende "taalgevoel".

Thursday, July 13, 2006

Amos Oz

Vanavond was ik in boekhandel Verwijs in Den Haag, op zoek naar een cadeau, op de afdeling literatuur. Mijn ogen gleden langs José Saramago, Michel Houellebecq, Amos Oz. Ik herinnerde mij dat ik ergens een klein boekje besproken had gezien van Amos Oz, getiteld Hoe genees je een fanaticus? Ik verkeerde in de veronderstelling dat het besproken was onder het kopje "ramsj", had het al eerder gezocht, maar niet gevonden. Vandaag was het er, onopvallend ingeklemd tussen Oz' Een verhaal van liefde en duisternis en een andere roman van zijn hand. In het korte voorwoord van het kleine boekje schrijft Nadine Gordimer over Oz het volgende: "Hij weet ons er ... onweerlegbaar van te overtuigen dat het Israëlisch-Palestijnse conflict 'geen godsdienstoorlog [is], geen oorlog tussen culturen, geen verschil in traditie, maar heel eenvoudig een geschil over onroerend goed, over de vraag van wie het huis is.'" Hiermee gaat hij in tegen de intuïtie die ik uitte in mijn post van 6 februari jl. Al moet gezegd dat ik sprak over een verschil in "beschaving" en niet over een verschil in "cultuur". Dat zijn wellicht toch twee verschillende dingen. Hoe genees je een fanaticus? staat nu in mijn eigen boekenkast te wachten, opvallend geflankeerd door (alweer) Oz' Een verhaal van liefde en duisternis en (dat is nieuw) Orwells 1984. Overigens is het de moeite waard om een kijkje te nemen in boekhandel Verwijs - door zijn ligging in de Passage zonder enige twijfel de mooiste boekhandel van Den Haag.

Wednesday, July 12, 2006

De Witte Spelling



Vanavond in NRC Handelsblad en vanochtend al in Trouw: de witte spelling komt eraan. Half augustus verschijnt bij uitgeverij Het Spectrum Het Witte Boekje, een alternatieve spellinggids die door de al genoemde kranten zal worden gebruikt, evenals door de Volkskrant, weekbladen als Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer en ook de NOS. Terwijl Het Groene Boekje de officiële spelling bevat van de Nederlandse taal, de "staatsspelling" die is vastgesteld door de Nederlandse-Taalunie, biedt Het Witte Boekje een spelling die beter aansluit bij het taalgevoel van de taalgebruikers. Volgens de witte spelling mag "pannekoek" weer worden geschreven zonder tussen-n. Hopelijk zal deze "onafhankelijke" spelling spoedig worden omarmd door eenieder die Nederlands schrijft. Ik bestel alvast een exemplaar van Het Witte Boekje.

Monday, July 10, 2006

Missionair III


En dan alsnog. Jaap de Berg, taalpublicist bij dagblad Trouw, heeft zijn wekelijkse stukje gewijd aan het begrip "missionair". Niet slecht.

Tuesday, July 04, 2006

Frank Furedi

Gisteren aangeschaft: Frank Furedi, Waar zijn de intellectuelen? De tweede editie van de Engelse versie was nog niet uit, daarom maar genoegen genomen met de Nederlandse vertaling: http://www.nobelprijsvoordeliteratuur.nl/meulenhoff/result-titel.asp?ISBN=9029077530#1. Binnenkort meer.

Saturday, July 01, 2006

Missionair II

De Nederlandse-Taalunie heeft haar spelling veranderd in Nederlandse Taalunie. Volgens de oude spelling betekent dit iets anders. Volgens de nieuwe spelling betekent het hetzelfde.

In Nederland verandert de spelling steeds vaker. In 1995 werd de beruchte tussen-n ingevoegd. Nu zijn er nieuwe spellingsmaatregelen genomen om de spelling nóg eenvoudiger te maken. De geest die achter de veranderingen van de regels steekt, is steeds dezelfde. Eenvoudige, algemeen toepasbare regels, zodat de spelling makkelijker te leren is.

Helaas sluiten de nieuwe regels niet aan bij het taalgevoel van de taalgebruikers. Een aantal Nederlandse dagbladen heeft besloten de regels niet over te nemen en hanteert een eigen spelling, die de "witte spelling" is genoemd. Wit - dus niet groen (van het Groene Boekje). Maar voor de term "wit" is ook gekozen omdat het herinnert aan de "witte marsen" in België naar aanleiding van de affaire-Dutroux. Wit weerspiegelt onschuldig, lijdzaam en geweldloos verzet.

Achter het stilwijgend gangbaar worden van de (foutieve) term "missionair kabinet" en de snel opeenvolgende spellingsveranderingen gaat een zelfde denkhouding schuil, die ik wil aanduiden als "instrumentalisme". Taal is in de eerste plaats een instrument, dat zo gemakkelijk mogelijk gebruikt moet kunnen worden. De rijkdom van betekenissen, de geschiedenis van woorden en het daarop gebaseerde "taalgevoel" zijn ondergeschikt aan het gebruiksgemak. Het lijkt me niet toevallig dat er door woordenboekmakers goed verdiend wordt aan spellingshervormingen. Voor hen is taal een instrument om geld te verdienen. Voor de media en politici (die gaan samen) is taal een instrument om snel een boodschap te kunnen overbrengen van een zender naar zoveel mogelijk ontvangers.

Dat deze tendens niet onschuldig is, bewijst de oprichting van het comité De Witte Spelling. Blijkbaar is er iets in de taal of in de mens dat zich verzet tegen deze tendens van verarming. Verarming omdat bijvoorbeeld de nieuwe spellingsregels niets meer te maken hebben met de betekenis van de woorden, maar alleen nog maar formeel zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de tussen-n-regel. Waar je voorheen door een beetje nadenken gemakkelijk kon achterhalen of je "bessensap" of "bessesap" moest schrijven (in het eerste geval betreft het het sap van twee of meer bessen, in het tweede geval het sap van één bes), moet je nu op basis van een abstracte regel (altijd een tussen-n, behalve wanneer het meervoud van het betreffende zelfstandig naamwoord ook met een s kan worden weergegeven) "uitrekenen" hoe je het woord spelt. Met de betekenis van het woord heeft dit niets meer te maken.

Missionair?

Het tweede kabinet Balkenende is gevallen en is nu "demissionair". Vandaag is bekend geworden dat Ruud Lubbers tot informateur is benoemd. Hij streeft ernaar te komen tot de formatie van het kabinet Balkenende III - een zogenaamd "missionair" kabinet bestaande uit CDA en VVD, met gedoogsteun van de LPF. Politici en media gebruiken de term "missionair" in de betekenis van "volwaardig" of "normaal". Het gaat namelijk om een kabinet met alle normale bevoegdheden, terwijl een demissionair kabinet gewoonlijk alleen nog lopende zaken afhandelt en geen nieuw beleid maakt. Het valt mij op dat er tot nog toe niemand op heeft gewezen dat de term "missionair" een onjuiste afleiding is van het begrip "demissionair". Het is een neologisme. De term werd bij de formatie van Balkenende II voor het eerst gebruikt. Maar terwijl het gebruik van het begrip toen nog omstreden was, viel nu zelfs uit de mond van de informateur op te tekenen dat hij een "missionair kabinet" wil samenstellen.

Het begrip "demissionair" is overgenomen uit het Frans, waar het "ontslagen" betekent. Het begrip "missionair" komt in het Frans wel voor, maar dan als zelfstandig naamwoord, en betekent dan (aangevuld met een stomme e), "missionaris" of "zendeling". "Missionair kabinet" betekent dus veeleer "zendingskabinet", hetgeen (nu nog) demissionair premier Balkenende als initiator van het "normen-en-waarden-debat" ongetwijfeld als een eretitel zou beschouwen...

Is hier nu sprake van foutief taalgebruik, van taalverwaarlozing of zelfs taalverloedering? Wat vaststaat, is dat er sprake is van taalverandering. En in tegenstelling tot drie jaar geleden, lijkt niemand er nu om te malen.

Taalverandering is van alle tijden. En waarschijnlijk is het ook van alle tijden dat erover geklaagd wordt. Maar ik heb de indruk dat er nu minder moeilijk over wordt gedaan dan vroeger. Dat taalverandering wordt geaccepteerd als een natuurlijk gegeven. En ik vraag mij af hoe dat komt.

Enige jaren geleden las ik in het NRC Handelsblad (ook de redactie van deze kwaliteitskrant spreekt zonder voorbehoud over een "missionair kabinet") in de wetenschapsbijlage een artikel over een taalkundige die op basis van onderzoek had vastgesteld dat het voor allochtonen lastig is om in het Nederlands getallen te leren, omdat het "onlogisch" zou zijn dat wij "eenentwintig" zeggen in plaats van "twintig-één", zoals bijvoorbeeld de Engelsen plegen te doen. De betreffende taalkundige stelde voor om in het Nederlands de volgorde voortaan om te draaien, en dus te spreken van "twintig-één", enz. Hiermee verried hij een instrumentele opvatting van de taal, die vooral zo gemakkelijk mogelijk te leren moet zijn, in plaats van een bepaald historisch zo gegroeid systeem te zijn met min of meer vaststaande regels.

Taalkundigen houden zich in de eerste plaats bezig met de bestudering van taalverandering, in plaats van met de bestudering of vastlegging van de grammatica en syntaxis van een bepaalde taal. Waar taalkundigen "vroeger" vooral normatief bezig waren, nemen ze nu nog slechts een descriptieve houding in. Waar een taal voorheen verondersteld werd een bepaald "wezen" te bezitten, wordt een taal nu nog slechts als veranderlijk empirisch verschijnsel beschouwd.

Ik heb sterk de indruk dat deze "descriptieve" houding van hoogleraren Nederlandse taalkunde - overigens is de sterke splitsing van taalkunde en letterkunde zelf al een gevolg of symptoom van deze ontwikkeling - in onze hele samenleving aanwezig is. Verandering wordt misschien nog wel geconstateerd, maar niet langer veroordeeld.

Of dit iets te maken heeft met het verval van normen en waarden, durf ik niet te zeggen. (Al was het maar uit angst om voor "purist" of "conservatief" te worden versleten - twee Nederlandse scheldwoorden.) Al is het in dit verband wel aardig dat juist onze zendeling-premier binnenkort weer de leider zal zijn van een (zijn derde) "missionaire" kabinet.

Thursday, May 25, 2006

Hemelvaartsdag

Je kunt je afvragen wat voor zin het heeft om gedachten via een weblog openbaar te maken. Zelf lees ik regelmatig het weblog van Klaas de Vries - wat mij betreft één van de beste politici die Nederland op dit moment in huis heeft. Hij staat - samen met André Rouvoet - op eenzame hoogte. Klaas de Vries is een publieke figuur in een belangrijke functie. Dat zijn ervaringen lezenswaard zijn is wat mij betreft duidelijk.

Monday, February 06, 2006

Te pen of te zwaard

De massale uitbarsting van volkswoede in Damascus en Beiroet naar aanleiding van de publicatie van een serie "blasfemische" cartoons in een Deense krant heeft mij zeer verontrust. Voor het eerst dringt tot mij door dat er hier iets fundamentelers speelt dan een eenvoudig antagonisme tussen Islamitisch en Westers beschavingsfundamentalisme, waarbij de "fout" zou schuilen in het tweede deel van dit woord, "fundamentalisme". Het ene fundamentalisme is het andere niet, het ene extremisme is het andere niet, het ene radicalisme is het andere niet. De "fout" schuilt in het eerste deel van het woord: "beschaving".